Toelichting ZLKLS bij Platform op 19 september 2018 (20-9-2018)

Afgelopen woensdag 19 september waren we uitgenodigd door het platform "Met ons kun je lezen en schrijven" om een toelichting te geven op "zo leren kinderen lezen en spellen".

Hoewel Annechien niet aanwezig kon zijn vanwege priveomstandigheden, werd ik in de gelegenheid gesteld om een inleiding te lezen die zij op schrift had gesteld.

Toen ik (Annechien) in 2001 bij de begeleidingsdienst vrijescholen kwam werken was de situatie zo dat het normaal gevonden werd dat je, als je een oud-vrijeschoolleerling was, meer moeite had met spelling en technisch lezen. Regelmatig werden er grappen over gemaakt, ‘tsja, vrijeschoolleerling’. Dat beeld is lang zo gebleven. In mijn ogen was dit het gevolg van het ontbreken van een heldere didactiek. Naast overigens het hebben van een uiterst rijke pedagogiek. Ook als leerkracht maakte ik deze onzekerheid mee, sterker nog, veroorzaakte ik hem. In mijn eerste rondje als juf, had ik op enig moment 18 mogelijk ‘dyslectische’ leerlingen in de klas. Een deel zij-instromers, een deel eigen vrijeschoolleerlingen. Van de jaren daarvoor waren de aantallen niet bekend omdat dyslexie nog niet werd onderkend. Dat die leerlingen niet echt dyslectisch waren, wisten we wel, maar we spraken er niet graag over. Kortom, de vrijeschool was een slechte school voor het verwerven van de basisvaardigheden van het taalonderwijs. In diezelfde tijd was dat ook de inspectie opgevallen en werden veel vrijescholen door hen als zeer zwak gekwalificeerd.

In de jaren 2000-2010 werkten wij hard binnen de dienst om de scholen te helpen de zorgstructuur op poten te zetten en de kennis van de basisvaardigheden rondom taal en rekenen in de hoofden van de leraren te vergroten. Rond die tijd ontmoette ik Jose Schraven en de heldere in een lijn geplaatste didactiek zo leer je kinderen lezen en spellen.

Waar het uitgangspunt is:

  • dat de leraar zelf eindverantwoordelijk blijft,
  • goede keuzes moet maken,
  • zelf moet studeren en
  • zijn leerlingen moet voorleven ‘hoe het moet’.

Allemaal gezichtspunten die aansluiten bij de vrijeschool pedagogiek. Ik noem er nog een paar:

  • de klas als gemeenschap,
  • de goede leerlingen die een rol hebben in het voortrekker zijn bij het leren,
  • de zintuigelijke aanpak (multi sensorieel in andere termen),
  • het frontaal lesgeven bij wat precisie en navolging/nabootsing vraagt,
  • het oogcontact,
  • de bemoedigende autoriteit zijn,
  • het uitgaan van klanksynthese met letterbeelden die uit ware verhalen komen,
  • de ritmische opbouw van de dag,
  • de herhaling en de gewoontevorming,

 

Deze uitgangspunten sluiten aan bij de vrijeschool uitgangspunten en zo kwam een methodiek beschikbaar die in mijn ogen een veel beter alternatief was dan de volledige methodes die binnen sommige vrijescholen werden aangeschaft en gevolgd. De introductie van zlkls was dus een antwoord op de methodes die in de vrijescholen waren gekomen en waarin de vrije keuze van leraren werd beperkt.

Door de ordening te gebruiken die Jose had aangebracht, door preventief te leren denken (wat doen kinderen vaak verkeerd als ze leren lezen en schrijven? En dat dan vervolgens te voorkomen), door een goed en helder onderscheid te maken tussen: aanleren van letters (waarbij het schrijven en leren lezen van lettervormen belangrijk is. Vergelijk: zoals aangezet door vormtekenen), leren onderscheiden van klanken (vergelijk: zoals bij spraakvorming), het lezen (passieve taalontwikkeling) en de spelling (actieve taalontwikkeling).

Is het helemaal gelukt om deze uitgangspunten ten volle te gebruiken? Nee, er worden soms ook vergissingen gemaakt, zoals:

  • het volgen van de aanpak zonder zelf te gaan denken (treden met voeten van het uitgangspunt),
  • het teveel focussen op de leerlijn en daarbij de leerlingen zelf uit het oog verliezen (bij te snel gaan ‘zie je wel het werkt niet’ of te langzaam gaan omdat ‘er zoveel dyslectische of moeilijke kinderen zijn’ dan vervolgens achter lopen en dan de leerlijnenopbouw spelling en technisch lezen door elkaar gaan halen)
  • het je gedwongen en opgejaagd voelen door de toetsdruk (daar zou het juist een antwoord op moeten zijn, maar helaas wordt de methodiek juist vaak als dwingend ervaren)
  • het opgelegd krijgen van de aanpak door schoolafspraken en daar zelf geen verhouding toe vinden, dat niet durven of kunnen aankaarten binnen school (slachtoffergedrag: ‘ik moet dit doen en ik wil het niet’, stille ondermijning)
  • het niet in de gaten hebben dat de twee domeinen technisch lezen en spelling, slechts een klein onderdeel zijn van het gehele taalaanbod en daar dus alle tijd aan geven.

 

Tot slot en om bij het laatste aan te sluiten: realiseer je dat dit de onderdelen van het taalonderwijs zijn waar je zo gehoorzaam mogelijk moet zijn, het zijn instrumenten, voertuigen van de taal. De eigenlijke taalontwikkeling heeft deze voertuigen nodig om tot volle ontplooiing te komen. Spelling heeft niets met taalontwikkeling te maken, het zijn cultuurafspraken die door mensen zijn gemaakt en die grillig aan tijd en plaats gebonden zijn. Wanneer je deze twee onderdelen beheerst, dan pas kan de eigen authentieke taalontwikkeling die de persoonsontwikkeling ondersteunt optimaal tot bloei komen. En er is volgens mij geen enkele vrijeschoolleraar die dat niet nastreeft.