Leerlingen produceren elke drie weken een periodeschrift. Een gemiddelde leerling in het VO schrijft er al snel een zestigtal tijdens zijn schooltijd. Er wordt veel tijd en aandacht aan besteed, door leerlingen èn docenten. Maar halen we er alles uit wat eruit te halen valt? Past de vorm nog bij deze tijd? Wij geloven dat de verwerking van de periodestof interessanter en doelmatiger kan. Kunnen we leerlingen beter stimuleren in hun wilsontwikkeling, door hen meer autonomie in de verwerking te geven?
Op maandag 2 februari verzorgden Holden Lievestro en Jeanneke Brosky en ook oudgediende Paul van Meurs een webinar om met docenten PO en VO dit vraagstuk verder te verkennen. De grote groep van rond de 80 deelnemers liet zien dat het onderwerp breed leeft. Dit stimuleert ons om verder te gaan met dit onderwerp. In dit artikel delen we alvast wat elementen uit het webinar. In onze werkgroepen op de conferentie Het wekken van de wil op 8 juni 2026 werken we deze verder uit.
Heeft Steiner een bedoelding gehad met het periodeschrift? Frappant genoeg vonden wij, noch ons netwerk, noch de deelnemers aan het webinar in zijn werk iets over het gebruik van een schrift. We veronderstellen dat het in die tijd simpelweg de gangbare manier was om stof te verwerken. Uiteraard heeft de tijd geleerd dat er allerlei positieve effecten van deze werkvorm op het leerproces zijn, toen maar ook tegenwoordig. Bijvoorbeeld het je de stof eigen maken door er zelf woorden aan te geven en het beter onthouden doordat je schrijft. Over de bedoeling van het periodeschrift werd tijdens het webinar dan ook het verwerken van de leerstof – al dan niet op kunstzinnige of eigen wijze – het meest genoemd.
Uit de korte groepsgesprekken bleek dat er op dit moment een grote variatie is in de kwaliteit van de periodeschriften, zowel in vorm als in inhoud. Sommige schriften bestaan uit overschrijfwerk (van het bord, de beamer of een medeleerling), andere schriften kennen veel meer eigenheid. Het lijkt vaak sterk van de docent afhankelijk wat er met het schrift gebeurt. Het geven van meer autonomie aan de leerlingen in het kiezen van een eigen verwerking, vraagt van de docent om los te kunnen laten, wat velen ervaren als een spannend proces is. Steun van collega’s en een gezamenlijke aanpak daarbij is ondersteunend en stimulerend.
Docenten zien veel mogelijkheden en kansen die het periodeschrift biedt. Van meer afwisseling en differentiatie tot het oefenen van executieve vaardigheden en het inzetten van digitale middelen. Een greep uit de genoemde alternatieve verwerkingsvormen: een boekendoos, lapbook, podcast, film, poster, harmonicaboekje, schema’s, tekeningen, woordspin, strip en een stappenplan. Als stip op de horizon zagen wij een leerlijn periodeschrift van klas 1 tot en met klas 12 passend bij de verschillende leeftijdsfases.
De tijd lijkt rijp om het periodeschrift kritisch onder de loep te nemen. Wij werden enthousiast om met dit thema verder te gaan. Jij ook? Je kunt je aanmelden voor de werkgroepen Waar blijft het periodeschrift op de conferentie (er komt een PO- en een VO-groep), maar we willen ook een landelijke werkgroep oprichten die een paar keer bij elkaar komt om ervaringen te delen en wellicht tot een publicatie te komen.
Wil je op school ook aan de slag met de rol van het periodeschrift in het periodeonderwijs? We verzorgen trainingen en begeleidingen op maat. Neem contact met Holden Lievestro of Jeanneke Brosky.
