Geplaatst op

Van pionierswerk in Zuid-Afrika naar een wereldwijde vrijeschoolbeweging

Toen in 1958 de eerste vrijescholen in Zuid-Afrika werden opgericht, stond ook de vrijeschoolbeweging in Nederland nog aan het begin van haar ontwikkeling. Toch was het enthousiasme groot. De eerste Nederlandse vrijeschoolleerlingen stroomden succesvol door naar universiteiten en andere vervolgopleidingen. Het succes van deze vorm van onderwijs trok internationaal de aandacht en inspireerde pioniers in verschillende landen.

 

In Johannesburg startte een Nederlandse kleuterleidster een kleuterklas, terwijl in Kaapstad met hulp van Nederlandse leerkrachten een onderbouw werd opgezet. Deze ontwikkelingen vonden plaats tijdens de apartheid, een periode waarin onderwijs sterk werd beperkt door raciale ongelijkheid. Zwarte kinderen hadden slechts beperkte toegang tot onderwijs en hun kansen op verdere ontwikkeling waren gering.

 

Ondanks deze omstandigheden groeide de vrijeschoolbeweging. De Nederlandse vrijeschoolpionier Max Stibbe speelde hierbij een belangrijke rol met de oprichting van een school in Pretoria. Ook andere Nederlandse leerkrachten hielpen mee aan de verdere ontwikkeling van het vrijeschoolonderwijs in Zuid-Afrika.

 

De verhalen over apartheid, armoede en ongelijkheid maakten diepe indruk op veel mensen in Nederland. In 1985 ontstond een belangrijke nieuwe stap. Een vrijeschool in Durban ontving een aanzienlijke erfenis waarmee kansarme kinderen en scholen konden worden ondersteund. Dit vormde mede de aanleiding voor de oprichting van het Internationaal Hulpfonds (IHF), dat zich sindsdien inzet voor vrijeschoolinitiatieven wereldwijd.

 

Vanaf het begin werd duidelijk dat de betrokkenheid van Nederlandse vrijescholen van grote waarde zou zijn. Scholen organiseerden sponsoracties, sportdagen, markten en andere creatieve activiteiten om geld in te zamelen. Dankzij deze steun kon het fonds groeien en steeds meer projecten ondersteunen.

 

Na het einde van de apartheid nam de vraag naar goed onderwijs verder toe. Veel kinderen uit achtergestelde gemeenschappen kregen toegang tot scholen, maar hun gezinnen beschikten vaak over beperkte financiële middelen. Ook vandaag de dag zijn de gevolgen van armoede en onderwijsachterstanden nog zichtbaar in veel delen van Zuid-Afrika en andere landen.

 

Tegelijkertijd ontstonden overal ter wereld nieuwe vrijeschoolinitiatieven. Zo werd in India een van de eerste vrijescholen opgericht door de Nederlander Daan van Bemmelen. Inmiddels zijn er wereldwijd honderden vrijescholen actief. Vaak beginnen deze scholen met een klein initiatief van enkele bevlogen mensen die geloven in de kracht van onderwijs en ontwikkeling.

 

Wat deze scholen met elkaar gemeen hebben, is hun inzet voor kinderen die vaak opgroeien onder moeilijke omstandigheden. Leerkrachten werken met grote toewijding, terwijl ouders en lokale gemeenschappen zich inzetten om onderwijs mogelijk te maken. Ook de impuls om vanuit de lokale cultuur het curriculum te verrijken, is op meerdere plekken in de wereld de norm.

 

Het Internationaal Hulpfonds ondersteunt deze initiatieven, maar de behoefte aan hulp groeit sneller dan de beschikbare middelen. Daarom blijft betrokkenheid vanuit scholen, ouders, leerlingen en donateurs belangrijk. Sponsorlopen, inzamelingen, markten en andere acties kunnen een waardevolle bijdrage leveren.

 

Onder het motto Waldorf One World werken vrijescholen wereldwijd samen aan dezelfde missie: kinderen de kans geven zich te ontwikkelen vanuit handen, hart en hoofd. Door samen verantwoordelijkheid te nemen, kunnen we bijdragen aan een toekomst waarin meer kinderen toegang krijgen tot inspirerend en menswaardig onderwijs.

Doet uw school ook mee?

Kijk op www.internationaalhulpfonds.nl/acties

Geplaatst op

Verhuisupdate!

Achter de schermen wordt hard gewerkt aan ons nieuwe pand. De werkzaamheden zijn nog in volle gang en we kijken ernaar uit om jullie binnenkort vanuit onze nieuwe locatie te kunnen verwelkomen.

Om de periode tussen ons oude en nieuwe kantoor te overbruggen, willen we jullie graag informeren over het volgende:
📍 Per 30 juni sluiten wij ons huidige kantoor.
📍 Ons nieuwe kantoor is nog niet gereed voor ingebruikname.
📦 Daarom kunnen wij van 1 juli t/m 31 augustus geen pakketten verzenden.

Tijdens deze overgangsperiode blijven we uiteraard bereikbaar voor vragen en ondersteuning. Dank voor jullie begrip! We houden jullie op de hoogte over de voortgang! 

 

 

Geplaatst op

Conferentie ‘Het wekken van de wil’ – een dag vol ontmoeting, verwondering en beweging

Conferentie ‘Het wekken van de wil’ – een dag vol ontmoeting, verwondering en beweging

Op maandag 8 juni bezocht ik als deeltijdstudent van de Vrijeschool Pabo de conferentie Het wekken van de wil op het Rudolf Steiner College in Rotterdam. Samen met honderden vrijeschoolleerkrachten, schoolleiders, begeleiders, bestuurders en studenten liep ik als een stroom van mensen door de straten van Kralingen richting het prachtige schoolgebouw.

 

Op het groene binnenplein ontvingen we een gekleurd polsbandje, koffie of thee en maakten we de eerste contacten met collega’s uit het hele land. Terwijl iedereen nog rustig stond te praten, klonken vanuit het gebouw plotseling trommels. De verschillende kleuren bandjes bleken bij vlaggen te horen, waardoor we ons spontaan in groepen verzamelden. Wat volgde was een soort flashmob in de aula: ruim vierhonderd mensen die samen een improvisatie van ritmes, zang en beweging creëerden. Trommels, klappen, stemmen en gelach vulden de ruimte. De toon van de dag was gezet. De conferentie kon beginnen.

 

 

Het gewisse en het ongewisse

Na een korte opening door leerlingen en docenten van het Rudolf Steiner College begon de keynote van Elard Pijnaken, opleidingsmanager van de Vrijeschool Pabo, de opleiding Docent Muziek en de opleiding Dans/Euritmie van Hogeschool Leiden, en Nelleke Vantilborgh, docent Nederlands op het Rudolf Steiner College.

 

Hun verhaal over het wekken van de wil was niet alleen inspirerend, maar vooral heel herkenbaar. Ze namen ons mee in hun eigen onderwijspraktijk en onderzochten samen met ons de spanning tussen het gewisse en het ongewisse. Nelleke vertelde hoe zij bewust na het stellen van een vraag haar leerlingen bedenktijd geeft. Elard deelde een anekdote over zijn eerste toneelles rondom Romeo en Julia, waarbij hij met leerlingen naar de markt trok om inspiratie op te doen voor personages. Het avontuur liep iets anders dan gepland: één leerling kwam terug met een bloedneus omdat hij zijn personage volgen iets te letterlijk had genomen. De vraag die bleef hangen was: hoeveel ruimte durven wij als leraren te geven aan het onverwachte? Hoe ga je om met het voorspelbare? En hoe wek je in beide de wil van leerlingen?

 

De conferentie had als doel deelnemers meer inzicht te geven in wat de wil eigenlijk is, hoe je die bij jezelf en bij leerlingen kunt aanspreken en hoe een formatieve cultuur daaraan kan bijdragen. Gedurende de dag werd dat niet alleen besproken, maar vooral ook ervaren.

 

 

Werkgroep 1: Het richten van de wil

Voor de eerste werkgroepronde koos ik voor Het richten van de wil van Paul van Meurs. Vanuit het vormtekenen onderzochten we hoe ontwikkeling begint bij beweging en uiteindelijk leidt tot vorm. Al tekenend ervoeren we zelf aan den lijve dat iedere vorm vraagt om concentratie, een meegeven en vertrouwen, wat voortdurend wakkerheid van je vraagt.

Wat mij vooral aansprak was dat we niet alleen luisterden naar theorie, maar vooral zelf aan het werk gingen. Het werd heel concreet hoe vormtekenen, per leerjaar, kan bijdragen aan het richten van de wil én aan het tot vorm komen van het denken. De wil in denken brengen. Vooral het met z’n vieren gelijktijdig vormtekenen maakte indruk. Op het moment dat we gezamenlijk in een ritme kwamen en alleen nog het geluid van de bewegende potloden hoorbaar was, ontstond er een bijzondere concentratie en verbondenheid. Een werkvorm die ik zeker wil meenemen naar mijn eigen lessen.

 

 

Spel, ontmoeting en beweging

Na de ochtend was het tijd voor de lunch. Opnieuw zochten we de deelnemers met dezelfde kleur bandjes op. Voor iedereen stond een lunchpakket klaar, maar daarin bleek meer verstopt te zitten dan alleen heerlijke broodjes van Jordy’s Bakery. Eén persoon uit elke groep ontdekte dat hij of zij de spelleider was. De anderen vonden geheime opdrachten.

 

Met onze groep liepen we naar het Kralingse Bos, waar we picknickten en verschillende balspellen speelden. Mijn geheime opdracht luidde: doe alsof je er niets van begrijpt. Anderen moesten juist doen alsof ze nergens zin in hadden. Het zorgde voor hilarische situaties. Tegelijkertijd werd zichtbaar hoe groepsdynamiek ontstaat en hoe kleine impulsen invloed hebben op samenwerking en initiatief. Zonder dat het expliciet werd benoemd, ervoeren we opnieuw waar de conferentie eigenlijk over ging: wilskracht ontstaat vaak in ontmoeting, spel en beweging.

 

 

Werkgroep 2: Noodpedagogiek Nederland

In de middag sloot ik aan bij de werkgroep Noodpedagogiek Nederland van Francis van Maris en Marije Kuijt. We onderzochten hoe trauma doorwerkt bij kinderen die leven in oorlogssituaties, natuurrampgebieden of in moeilijke omstandigheden dichter bij huis. Na een korte introductie over trauma en de invloed daarvan op de ontwikkeling en het gedrag van kinderen, maakten we kennis met verschillende praktische oefeningen.

 

 

Wat mij vooral bijbleef, was de nadruk op de kracht van beweging, spel, kunstzinnige activiteiten en het samenzijn in de kring. Juist deze elementen, die zo vanzelfsprekend lijken binnen het vrijeschoolonderwijs, kunnen kinderen helpen om weer veiligheid, rust en veerkracht te ervaren. Tijdens de oefeningen ervoer ik zelf hoe ritme en spel zorgen voor rust in je hoofd en verbinding.

 

Het mooie was dat ik de opgedane inspiratie meteen kon meenemen naar mijn stage en mijn kunstlessen op een AZC. De volgende dag heb ik verschillende balspellen en ritmische oefeningen uit de workshop toegepast. Het sloeg direct aan. Kinderen hunkeren naar dit samenzijn in een kring.

 

 

30 werkgroepen vol inspiratie

Wat mij daarnaast opviel, was de enorme keuze aan workshops. De conferentie bood maar liefst 30 verschillende werkgroepen, verdeeld over de thema’s menskunde, formatief handelen en kunst & ambacht. Hierdoor kon iedere deelnemer een eigen programma samenstellen dat aansloot bij zijn of haar onderwijspraktijk.

 

 

Tijdens de pauzes en wandelingen sprak ik verschillende medestudenten en leerkrachten die enthousiast vertelden over de werkgroepen die zij hadden gevolgd. Juist die ontmoetingen gaven een mooi beeld van de rijkdom van de conferentie.

 

Zo vertelde een medestudent enthousiast over de werkgroep ‘Moed, wil en toeval’. Daar maakten deelnemers kennis met de naaimachine als creatief gereedschap. Met lapjes stof, kleur en verschillende materialen ontstonden kleine landschappen en kunstwerken. Het ging niet zozeer om perfectie of techniek, maar juist om het durven experimenteren. Toeval en fouten bleken onderdeel van het proces en leverden vaak de mooiste resultaten op.

 

 

Wat ik mooi vond, was dat iedere deelnemer met andere verhalen terugkwam. De één was geraakt door een kunstzinnige werkvorm, de ander door een verdiepend gesprek over pedagogiek of een praktische oefening voor in de klas. 

 

Luchtige afsluiting

De dag werd afgesloten door improvisatietrio Op Sterk Water. Met hun humor en improvisatietalent wisten zij moeiteloos situaties uit de conferentie terug te laten komen in hun voorstelling. Een ontspannen en verbindende afsluiting van een intensieve dag.

 

 

Ik kijk terug op een waardevolle dag vol nieuwe inzichten, mooie ontmoetingen, praktische handvatten en hernieuwde motivatie voor mijn eigen ontwikkeling als vrijeschoolleerkracht.

 

Sanne Verhoeven

Geplaatst op

update nieuwe kerndoelen en leerlijnen

SLO heeft haar planning rondom de verdere uitwerking van de kerndoelen bijgesteld. De aangepaste uitwerkingen worden nu verwacht in het voorjaar van 2027.

 

Als BVS-schooladvies wachten wij hier niet op. Vanuit onze rol als begeleidingsdienst voor vrijescholen zijn wij al volop bezig met het ontwikkelen en verdelen van het vrijeschoolaanbod over de verschillende leerjaren. Daarbij werken we met de kerndoelen die in november 2025 beschikbaar zijn gekomen, dezelfde uitgangspunten die ook door SLO worden gehanteerd.

 

Ons streven is om de leerlijnen voor taal en rekenen rond de zomer te publiceren in MijnLeerlijn en in de leerlijnen van ParnasSys. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om de leerlijnen ook via onze website beschikbaar te maken.

 

Op 28 oktober 2026 verzorgen wij tijdens de miniconferentie in Leiden een presentatie over de implementatie van de nieuwe leerlijnen binnen het vrijeschoolonderwijs. Daarbij richten we ons vooral op de vraag hoe scholen kunnen omgaan met de invoering van de nieuwe leerlijnen en de bijbehorende, deels nieuwe, onderwijsinhouden in de dagelijkse praktijk.

 

Geplaatst op

Lerarenopleiding Waldorfpedagogie in Oost-Afrika

Stichting Internationaal Hulpfonds voor vrijeschoolpedagogie (IHF) is een vrijwilligers-organisatie die 25 vrijescholen of liever Waldorfscholen in alle continenten steunt. In Oost-Afrika, de regio waarvoor ik verantwoordelijk ben, geldt dat voor negen scholen en een project voor traumahulp in het vluchtelingenkamp Kakuma. En voor een paar leraren uit Ivoorkust en Madagascar. Er zijn in Oost-Afrika nog meer Waldorf scholen die niet door het IHF gesteund worden, maar door organisaties uit andere Europese landen.

 

Het kenmerkende van de Oost-Afrikaanse scholen is dat ze allemaal heel verschillend zijn en toch nauw met elkaar verbonden. Ik noem er enkele: 

 

In Kenia ligt Rudolf Steiner School Mbagathi aan de rand van Nairobi. De ingang is tegenover een wildpark, waar je ’s avonds de leeuwen hoort brullen. Er komt na zonsondergang wel eens een leeuw over het hek. Daarom hebben de bewakers ook geweren en mag je na zonsondergang het terrein alleen per auto of schoolbus verlaten. De school is opgericht voor de arme bevolking. Voor de  kinderen van stammen, zoals de Liu en de Masaai die te ver weg wonen of rondtrekken is er een internaat. Er is een kleine boerderij met koeien en kippen. Het eten voor de 325 leerlingen wordt op het land verbouwd. 

 

Op het vakantie-eiland Zanzibar is de Creative Education Foundation (CEF)Steiner School gevestigd, een geheel islamitische school. De jongens en meisjes komen uit arme gezinnen, meest van alleenstaande moeders. Schoolgeld is geheel afhankelijk van donaties. De school ligt in een voedselbos, dat een onderdeel is van de grote plantage waar kokosnoten, mango’s, guaves, avocado’s etc., door de kinderen geplukt worden voor de lunch. Er zijn veel kippen en wat koeien, die door de kinderen verzorgd worden. Bijzonder is dat een imam enkele keren per week les komt geven op school, wat betekent dat de leerlingen niet -zoals door de overheid verplicht is- naar de koranschool hoeven. Sinds ze doorgegroeid zijn naar de 12e klas behalen de leerlingen voor het staatsexamen de hoogste eindexamenresultaten van het eiland. Een groot succes voor deze vreemde eend in het dogmatische onderwijs van Zanzibar, waar jongens en meisjes gescheiden les krijgen.

 

 In het zuiden van Malawi ontstaat de Kuphunzitsa Waldorf School. Een klein weeshuis voor 17 kinderen is de basis van de school. Uit de arme boeren gemeenschap rondom komen zo’n 50 kinderen meedoen met het “schooltje” dat daar op het open veld gehouden wordt door een stel heel enthousiaste mensen. Stoelen of tafels zijn er nog niet, maar wel een schoolbord dat ingeklapt kan worden. Extra aantrekkelijk maken de bordjes rijst het om mee te doen. Via het IHF is de school geadopteerd door de Hekima Waldorf School uit Dar es Salaam in Tanzania. Ervaren leraren uit die school kwamen dit jaar twee maal twee weken om het hele team (zes leraren) op te leiden.     

 

Voor alle leraren aan de 15 scholen geldt dat ze hun opleiding in de Waldorfpedagogie krijgen aan de EATT: East African Teacher Training. Deze opleiding op het terrein van Rudolf Steiner School Mbagathi duurt drie jaar. Elk jaar zijn er drie cursussen (Modulen) van twee weken. Na deze negen Modulen een tiende Module in de eigen school waar ook het eindexamen plaats vindt onder leiding van een mentor, een leraar uit EATT. Elke gemiste module moet ingehaald worden.  

Dit jaar waren er 42 studenten: 25 voor de opleiding lagere school en 17 voor de kleuteropleiding.

 

Het doel van de opleiding is: het cultiveren van een steunende omgeving waar leraren zich gesterkt voelen, vertrouwd met en verbonden met de grotere missie van de opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie. 

Een belangrijk onderdeel is het mentorschap. Dit houdt in dat er drie werkstukken gemaakt worden. De student wordt hierbij het laatste jaar begeleid door een meer ervaren leraar van de eigen school. Belangrijke onderdelen zijn: kennis van het curriculum, studie van de antroposofie, praktische scholing als activiteiten in het lokaal, lesplanning, zelfeducatie, persoonlijke groei en artistieke ontwikkeling. Er is veel aandacht voor de praktische en kunstvakken, daarnaast ook voor biologisch-dynamisch tuinieren, euritmie en Afrikaanse dans. 

 

De mentor is rolmodel gedurende de opleiding van de leraar. Hij of zij moet bemoedigen en stimuleren, niet beoordelen. Sleutelactiviteiten zijn daarbij conversaties met de klas, omgaan met dag- en seizoensritmen,  bemoedigen van zelfinzicht, praktische tips en toepassen van elementen uit de eigen cultuur. 

 

Wat me raakt in de whatsapp mails die ik van de studenten krijg is hun dankbaarheid voor de kansen die ze door de opleiding hebben gekregen. Ze merken na elke module hoe ze groeien in hun beroep als leraar en ze zijn gretig om het geleerde direct in hun lessen toe te passen. Ze vertellen me  hoe hun leven totaal veranderd is. Ze maken hier kennis met andere culturen en sluiten vriendschappen met mensen met heel andere leefgewoonten. En wat ik meermaals te lezen krijg: is de opmerking: weet je wat ik het leukste vind? Dat de leraren van het EATT allemaal zwart zijn!!!

Dit is zeker ook een opsteker voor de Europeanen die zoveel jaren gewerkt hebben aan deze prachtige opleiding en de syllabussen hebben gemaakt.

 

Voor het IHF is de opleiding dan ook het speerpunt van de besteding van de donaties.

Maar zoals altijd zijn er ook nadelen. De scholen liggen soms wel erg ver van Nairobi af en de vluchten zijn in Afrika nog duurder dan in Europa. Voor het IHF betekent dat; wikken en wegen en soms teleurstellen. Een retourtje Dornach, (waar iedereen heen wil!) kost 850 euro, entree 350 euro.  

De scholen hebben zich verenigd in de East African Waldorf Association. De conferenties die georganiseerd worden, worden graag bezocht, juist om de vrienden van de opleiding weer te ontmoeten. Dit geldt ook voor de All African Antroposophic Training (AAAT), die elk jaar in een ander Afrikaans land gehouden wordt. Afgelopen jaar kwamen er mensen uit 17 landen naar de AAAT in Namibië. 

Antroposofie en Waldorfpedagogie zijn zeker aan Oost-Afrika besteed!

Geschreven door: Reiny Jobse van het Internationaal Hulpfonds

r.jobse@internationaalhulpfonds.nl

 

 

Geplaatst op

 Directiewissel

 
“Vanaf 1 april zwaai ik af als directeur/bestuurder van BVS-schooladvies om als opleidingsmanager van de Vrijeschool pabo, de opleiding docent muziek en de opleiding dans/euritmie van Hogeschool Leiden te gaan werken. Ruim zes jaar heb ik met ontzettend veel plezier gewerkt aan het versterken, verbeteren en verdiepen van vrijeschoolonderwijs. Ik heb me verbaasd over de wendbaarheid, de innovatiekracht van BVS en de beweeglijkheid van zowel alle vaste medewerkers als de kring van zzp-ers die aan BVS verbonden zijn. Een inspirerend gezelschap dat ik uiteraard ga missen.
Dankbaar ben ik voor alle scholen, die ingewikkelde vragen stelden, onmogelijke kwesties voorlegden en steeds gepassioneerd aan hun vrijeschoolonderwijs wilden werken. Dankbaar omdat zoveel scholen mijn leermeester werden, door samen op avontuur te gaan. We stapten het ongewisse in, opzoek naar richting. En de horizon veranderde steeds tijdens onze tocht. Dankbaar voor de bezieling waarmee vrijeschoolonderwijs vorm kreeg tijdens onze reis. Bezieling waar zoveel nood aan is in een nogal verwarrende samenleving. Dankbaar voor de kinderen en pubers die in mijn voorbijgaan moeite namen een praatje te maken en soms ongewild een glimp van hun binnenkant toonden.
 
Blij ben ik om het stokje vanaf 1 april aan Hans Passenier, van wie ik zes jaar geleden het stokje overnam,  weer over te dragen. Hij is tot de zomervakantie directeur/bestuurder van BVS. “
 
Elard Pijnaken
 
“Vanaf 1 april ben ik gestart met de opvolging van Elard. Fantastisch om te zien wat er allemaal gebeurd is en nog staat te gebeuren. Ik hoop spoedig met iedereen weer contact te hebben vanuit mijn rol als interim directeur/bestuurder. Ik zie er naar uit om mijn steentje bij te dragen aan de versterking van het vrijeschoolveld voor een korte periode.” 
Hans Passenier 
Geplaatst op

BVS gaat verhuizen!

BVS gaat op 1 juli 2026 verhuizen. Samen met de Vereniging van Vrijescholen en de Antroposofische Vereniging, verhuist BVS-schooladvies naar de Villa op landgoed de Reehorst te Driebergen, Hoofdstraat 20.
 
Hiermee wordt een lang gekoesterde wens gerealiseerd om de verschillende vrijeschoolorganisaties en antroposofische werkvelden onder één dak met elkaar te verbinden. Naast enkele kantoren, staan er prachtige zalen tot onze beschikking. De Villa ligt in een prachtige omgeving op loopafstand van station Driebergen-Zeist.
 
In 1969 werd dit landgoed aangekocht door professor dr. B.J. Lievegoed (1905-1992). Hij richtte in 1971 de Vrije Hogeschool op die de villa ruim vier decennia als hoofdgebouw gebruikte. In 2015 werd de monumentale villa door brand verwoest en verhuisde de Vrije Hogeschool. Wij hopen dat de inmiddels volledig gerenoveerde Villa een broedplaats voor vernieuwing en verdieping wordt! En hopen je daar komend schooljaar te ontmoeten!
 

Geplaatst op

Praktijkgerichte programma’s op de vrijeschool

I.v.m. een beleidswijziging rondom praktijkgerichte programma’s hebben we een werkgroep opgericht die twee jaar gewerkt heeft aan een stappenplan om met deze programma’s het (vrijeschool)onderwijs te versterken binnen de vrijeschool. Het praktijkgerichte vak is een examenvak in de gemengde en theoretische leerweg (gl en tl) van het vmbo vanaf schooljaar 2024-2025. Ook binnen de havo mogen scholen starten met het praktijkgerichte programma vanaf schooljaar 2026-2027. Scholen kunnen ervoor kiezen om één of meer praktijkgerichte programma’s aan te bieden binnen deze leerwegen. In dit stappenplan geven we aan op welke wijze passend bij de eigen context een Praktijkgericht Programma Persoonswording (PGPPW) vorm kan krijgen.

Dit stappenplan biedt scholen de mogelijkheid om het curriculum te herzien vanuit meer praktijkgericht onderwijs. BVS-schooladvies (BVS) begeleidt scholen in dit proces van inrichten, implementeren en borgen binnen de school.

De werkgroep is ondersteund door de vrijeschoolbesturen en bestond uit een aantal docenten en leidinggevenden die kartrekker waren van dit programma binnen hun school.

Dit stappenplan is voor leidinggevenden en projectleiders die bezig zijn met onderwijsvernieuwing binnen de school.

BVS-schooladvies ondersteunt bij het integreren van praktijkgerichte programma’s in het vrijeschoolonderwijs. We onderzoeken per school hoe het in te passen is en begeleiden de fases van implementatie en borging. 

Meer informatie? Lees meer op onze website of neem contact op met Ninke Beunk.

 

 

Geplaatst op

Misschien wisten zij alles

Gisteren was er een open ochtend bij ons op school.
Voor het eerst geen ochtend vol peuters met grote ogen en ouders die dromen van de eerste schooldag.
Maar een open ochtend met ouders van kinderen uit hogere klassen. Zij-instroom. Heel veel zij-instroom.

Verschillende scholen. Verschillende verhalen.
En toch… hetzelfde geluid.

De druk is te hoog.
Prestatiedruk.
De resultaten voor rekenen en taal moeten omhoog,
Het tempo van de dag, van de lessen, van de verwachtingen.
Efficiënte leertijd. Geen ruimte om te verslappen. Geen ruimte om te vertragen. Geen ruimte om werkelijk kind te zijn. 

En wat er dan overblijft;  de creatieve vakken, het maken, het bewegen, het verbeelden, verdwijnt steeds verder naar de randen. Bijzaak geworden. Iets voor als er tijd over is.

Gisteravond zit ik aan tafel bij een presentatie van het samenwerkingsverband.
Vorig schooljaar zaten 27 kinderen thuis, uitgevallen.
Dit schooljaar  (en het is pas januari) al bijna het dubbele.

Een paar maanden geleden stond ik, op uitnodiging van een ander bestuur, een lezing te geven over sturen op een goed pedagogisch klimaat.
In beide bijeenkomsten hoor ik hetzelfde spanningsveld terug:
We bewegen richting inclusiever onderwijs, en tegelijkertijd lijken de extremen groter te worden. Complexere hulpvragen. Moeilijk hanteerbaar gedrag. Agressie van ouders. Meer uitval.

En dan zegt iemand terloops:
“Ach ja, wij hebben ook wel eens dreiging gehad van zwaar geweld, maar ach… misschien zijn we hier in deze regio niet zoveel gewend.”

Ik blijf erop hangen.
Is dit berusting?
Vermoeidheid?
Beroepsdeformatie?
Of is dit wat we inmiddels normaal zijn gaan vinden?

En waarom voelt het soms alsof ik de enige ben die zich hier niet bij neer wil leggen?

Zou er een verband zijn?

Wat vragen deze kinderen, onze kinderen, in deze tijd eigenlijk van ons?

We spreken vaak over een tijd van verandering.
Maar misschien leven we eerder in een verandering van tijdperk zoal Jan Rotmans dit omschrijft. 
En misschien zijn dit de stuiptrekkingen van een systeem dat op zijn grenzen loopt?

De vraag is niet meer of het anders moet.
De vraag is of we het inmiddels erg genoeg vinden om écht anders te durven gaan doen.

Misschien zit de kern ook wel in ons taalgebruik?
We spreken over maatschappij; een woord dat al snel economisch wordt ingevuld: rendement, output, effectiviteit.
Wat als we het weer durven hebben over samenleving?

Wat als we opnieuw vertrouwen dat niet alles wat waardevol is, direct meetbaar hoeft te zijn?
Dat kinderen soms iets mogen leren om het later weer even te vergeten,
in het vertrouwen dat het ergens onderweg zijn werk doet.

Misschien hoeven kinderen niet steeds beter te presteren op korte termijn.
Misschien mogen ze zich weer ontwikkelen tot evenwichtige mensen.
In verbinding met zichzelf.
Met de ander.
Met de wereld.

En misschien, heel misschien, is dat precies waar goed leiderschap van vandaag begint:
misschien niet bij nóg een interventie,
maar bij het blijven stellen van deze vragen.

Hardop 
En Samen. 

Amanda van der Tuuk 

*Naar de titel van mijn favoriete kinderboek.

Amanda van der Tuuk schreef aan de hand van onze opleiding schoolleider op een vrijeschool, deze column.

Wil je meer weten over de schoolleidersopleiding voor vrijeschoolonderwijs? Kom dan naar onze gratis voorlichtingsbijeenkomst. Hier vind je ook meer informatie en kun je je inschrijven voor de opleiding zelf.

Geplaatst op

Halen we alles uit het periodeschrift?

Leerlingen produceren elke drie weken een periodeschrift. Een gemiddelde leerling in het VO schrijft er al snel een zestigtal tijdens zijn schooltijd. Er wordt veel tijd en aandacht aan besteed, door leerlingen èn docenten. Maar halen we er alles uit wat eruit te halen valt? Past de vorm nog bij deze tijd? Wij geloven dat de verwerking van de periodestof interessanter en doelmatiger kan. Kunnen we leerlingen beter stimuleren in hun wilsontwikkeling, door hen meer autonomie in de verwerking te geven?

 

Op maandag 2 februari verzorgden Holden Lievestro en Jeanneke Brosky en ook oudgediende Paul van Meurs een webinar om met docenten PO en VO dit vraagstuk verder te verkennen. De grote groep van rond de 80 deelnemers liet zien dat het onderwerp breed leeft. Dit stimuleert ons om verder te gaan met dit onderwerp. In dit artikel delen we alvast wat elementen uit het webinar. In onze werkgroepen op de conferentie Het wekken van de wil op 8 juni 2026 werken we deze verder uit.

 

Heeft Steiner een bedoelding gehad met het periodeschrift? Frappant genoeg vonden wij, noch ons netwerk, noch de deelnemers aan het webinar in zijn werk iets over het gebruik van een schrift. We veronderstellen dat het in die tijd simpelweg de gangbare manier was om stof te verwerken. Uiteraard heeft de tijd geleerd dat er allerlei positieve effecten van deze werkvorm op het leerproces zijn, toen maar ook tegenwoordig. Bijvoorbeeld het je de stof eigen maken door er zelf woorden aan te geven en het beter onthouden doordat je schrijft. Over de bedoeling van het periodeschrift werd tijdens het webinar dan ook het verwerken van de leerstof – al dan niet op kunstzinnige of eigen wijze – het meest genoemd. 

 

Uit de korte groepsgesprekken bleek dat er op dit moment een grote variatie is in de kwaliteit van de periodeschriften, zowel in vorm als in inhoud. Sommige schriften bestaan uit overschrijfwerk (van het bord, de beamer of een medeleerling), andere schriften kennen veel meer eigenheid. Het lijkt vaak sterk van de docent afhankelijk wat er met het schrift gebeurt. Het geven van meer autonomie aan de leerlingen in het kiezen van een eigen verwerking, vraagt van de docent om los te kunnen laten, wat velen ervaren als een spannend proces is. Steun van collega’s en een gezamenlijke aanpak daarbij is ondersteunend en stimulerend. 

 

Docenten zien veel mogelijkheden en kansen die het periodeschrift biedt. Van meer afwisseling en differentiatie tot het oefenen van executieve vaardigheden en het inzetten van digitale middelen. Een greep uit de genoemde alternatieve verwerkingsvormen: een boekendoos, lapbook, podcast, film, poster, harmonicaboekje, schema’s, tekeningen, woordspin, strip en een stappenplan. Als stip op de horizon zagen wij een leerlijn periodeschrift van klas 1 tot en met klas 12 passend bij de verschillende leeftijdsfases. 

 

De tijd lijkt rijp om het periodeschrift kritisch onder de loep te nemen. Wij werden enthousiast om met dit thema verder te gaan. Jij ook? Je kunt je aanmelden voor de werkgroepen Waar blijft het periodeschrift op de conferentie (er komt een PO- en een VO-groep), maar we willen ook een landelijke werkgroep oprichten die een paar keer bij elkaar komt om ervaringen te delen en wellicht tot een publicatie te komen. 

 

Wil je op school ook aan de slag met de rol van het periodeschrift in het periodeonderwijs? We verzorgen trainingen en begeleidingen op maat. Neem contact met Holden Lievestro of Jeanneke Brosky.