Conferentie ‘Het wekken van de wil’ – een dag vol ontmoeting, verwondering en beweging
Op maandag 8 juni bezocht ik als deeltijdstudent van de Vrijeschool Pabo de conferentie Het wekken van de wil op het Rudolf Steiner College in Rotterdam. Samen met honderden vrijeschoolleerkrachten, schoolleiders, begeleiders, bestuurders en studenten liep ik als een stroom van mensen door de straten van Kralingen richting het prachtige schoolgebouw.
Op het groene binnenplein ontvingen we een gekleurd polsbandje, koffie of thee en maakten we de eerste contacten met collega’s uit het hele land. Terwijl iedereen nog rustig stond te praten, klonken vanuit het gebouw plotseling trommels. De verschillende kleuren bandjes bleken bij vlaggen te horen, waardoor we ons spontaan in groepen verzamelden. Wat volgde was een soort flashmob in de aula: ruim vierhonderd mensen die samen een improvisatie van ritmes, zang en beweging creëerden. Trommels, klappen, stemmen en gelach vulden de ruimte. De toon van de dag was gezet. De conferentie kon beginnen.

Het gewisse en het ongewisse
Na een korte opening door leerlingen en docenten van het Rudolf Steiner College begon de keynote van Elard Pijnaken, opleidingsmanager van de Vrijeschool Pabo, de opleiding Docent Muziek en de opleiding Dans/Euritmie van Hogeschool Leiden, en Nelleke Vantilborgh, docent Nederlands op het Rudolf Steiner College.
Hun verhaal over het wekken van de wil was niet alleen inspirerend, maar vooral heel herkenbaar. Ze namen ons mee in hun eigen onderwijspraktijk en onderzochten samen met ons de spanning tussen het gewisse en het ongewisse. Nelleke vertelde hoe zij bewust na het stellen van een vraag haar leerlingen bedenktijd geeft. Elard deelde een anekdote over zijn eerste toneelles rondom Romeo en Julia, waarbij hij met leerlingen naar de markt trok om inspiratie op te doen voor personages. Het avontuur liep iets anders dan gepland: één leerling kwam terug met een bloedneus omdat hij zijn personage iets te letterlijk had genomen. De vraag die bleef hangen was: hoeveel ruimte durven wij als leraren te geven aan het onverwachte? Hoe ga je om met het voorspelbare? En hoe wek je in beide de wil van leerlingen?
De conferentie had als doel deelnemers meer inzicht te geven in wat de wil eigenlijk is, hoe je die bij jezelf en bij leerlingen kunt aanspreken en hoe een formatieve cultuur daaraan kan bijdragen. Gedurende de dag werd dat niet alleen besproken, maar vooral ook ervaren.
Werkgroep 1: Het richten van de wil
Voor de eerste werkgroepronde koos ik voor Het richten van de wil van Paul van Meurs. Vanuit het vormtekenen onderzochten we hoe ontwikkeling begint bij beweging en uiteindelijk leidt tot vorm. Al tekenend ervoeren we zelf aan den lijve dat iedere vorm vraagt om concentratie, een meegeven en vertrouwen, wat voortdurend wakkerheid van je vraagt.
Wat mij vooral aansprak was dat we niet alleen luisterden naar theorie, maar vooral zelf aan het werk gingen. Het werd heel concreet hoe vormtekenen, per leerjaar, kan bijdragen aan het richten van de wil én aan het tot vorm komen van het denken. Vooral het met z’n vieren gelijktijdig vormtekenen maakte indruk. Op het moment dat we gezamenlijk in een ritme kwamen en alleen nog het geluid van de bewegende potloden hoorbaar was, ontstond er een bijzondere concentratie en verbondenheid. Een werkvorm die ik zeker wil meenemen naar mijn eigen lessen.


Spel, ontmoeting en beweging
Na de ochtend was het tijd voor de lunch. Opnieuw zochten we de deelnemers met dezelfde kleur bandjes op. Voor iedereen stond een lunchpakket klaar, maar daarin bleek meer verstopt te zitten dan alleen heerlijke broodjes van Jordy’s Bakery. Eén persoon uit elke groep ontdekte dat hij of zij de spelleider was. De anderen vonden geheime opdrachten.
Met onze groep liepen we naar het Kralingse Bos, waar we picknickten en verschillende balspellen speelden. Mijn geheime opdracht luidde: doe alsof je er niets van begrijpt. Anderen moesten juist doen alsof ze nergens zin in hadden. Het zorgde voor hilarische situaties. Tegelijkertijd werd zichtbaar hoe groepsdynamiek ontstaat en hoe kleine impulsen invloed hebben op samenwerking en initiatief. Zonder dat het expliciet werd benoemd, ervoeren we opnieuw waar de conferentie eigenlijk over ging: wilskracht ontstaat vaak in ontmoeting, spel en beweging.
Werkgroep 2: Noodpedagogiek Nederland
In de middag sloot ik aan bij de werkgroep Noodpedagogiek Nederland van Francis van Maris en Marije Kuijt. Deze workshop maakte veel indruk. We onderzochten hoe trauma doorwerkt bij kinderen die leven in oorlogssituaties, natuurrampgebieden of in moeilijke omstandigheden dichter bij huis. Na een korte introductie over trauma en de invloed daarvan op de ontwikkeling en het gedrag van kinderen, maakten we kennis met verschillende praktische oefeningen.
Wat mij vooral bijbleef, was de nadruk op de kracht van beweging, spel, kunstzinnige activiteiten en het samenzijn in de kring. Juist deze elementen, die zo vanzelfsprekend lijken binnen het vrijeschoolonderwijs, kunnen kinderen helpen om weer veiligheid, rust en veerkracht te ervaren. Tijdens de oefeningen ervoer ik zelf hoe ritme, samenspel en beweging kunnen bijdragen aan concentratie en welbevinden.
Het mooie was dat ik de opgedane inspiratie meteen kon meenemen naar mijn stage en mijn kunstlessen op een AZC. De volgende dag heb ik verschillende balspellen en ritmische oefeningen uit de workshop toegepast. Het was bijzonder om te merken hoe snel kinderen daarop reageerden en hoeveel rust, betrokkenheid en plezier dit bracht. Kinderen hunkeren naar dit samenzijn in een kring.
30 werkgroepen vol inspiratie
Wat mij daarnaast opviel, was de enorme keuze aan workshops. De conferentie bood maar liefst 30 verschillende werkgroepen, verdeeld over de thema’s menskunde, formatief handelen en kunst & ambacht. Hierdoor kon iedere deelnemer een eigen programma samenstellen dat aansloot bij zijn of haar onderwijspraktijk.
Tijdens de pauzes en wandelingen sprak ik verschillende medestudenten en leerkrachten die enthousiast vertelden over de werkgroepen die zij hadden gevolgd. Juist die ontmoetingen gaven een mooi beeld van de rijkdom van de conferentie.
Zo vertelde een medestudent enthousiast over de werkgroep ‘Moed, wil en toeval’. Daar maakten deelnemers kennis met de naaimachine als creatief gereedschap. Met lapjes stof, kleur en verschillende materialen ontstonden kleine landschappen en kunstwerken. Het ging niet zozeer om perfectie of techniek, maar juist om het durven experimenteren. Toeval en fouten bleken onderdeel van het proces en leverden vaak de mooiste resultaten op.
Wat ik mooi vond, was dat iedere deelnemer met andere verhalen terugkwam. De één was geraakt door een kunstzinnige werkvorm, de ander door een verdiepend gesprek over pedagogiek of een praktische oefening voor in de klas.
Luchtige afsluiting
De dag werd afgesloten door improvisatietrio Op Sterk Water. Met hun scherpe observaties, humor en improvisatietalent wisten zij moeiteloos situaties uit de conferentie terug te laten komen in hun voorstelling. Een ontspannen en verbindende afsluiting van een intensieve dag.
Toen ik aan het einde van de middag weer naar huis reed, voelde ik me voldaan. Niet alleen door alles wat ik geleerd had, maar vooral door de ontmoetingen, de gesprekken en de vele momenten waarop theorie en praktijk samenkwamen.
Ik kijk terug op een waardevolle dag vol nieuwe inzichten, praktische handvatten en hernieuwde motivatie voor mijn eigen ontwikkeling als vrijeschoolleerkracht.


