Geplaatst op

Video-intervisie; kijken in elkaars (les)keuken

Veel scholen hebben collegiale lesbezoeken op hun wensenlijstje staan. Ook docenten vertellen vaak dat ze meer bij elkaar in de les zouden willen kijken om van en met elkaar te leren. De praktijk blijkt echter ingewikkelder: geen tussenuren, je lessen kunnen niet opgevangen worden of het vraagt zo veel organisatie en afstemming, dat het er niet van komt. Video-intervisie blijkt een mooie en minder tijdrovende manier te zijn om bij elkaar in de keuken te kijken.

 

Er zijn verschillende manieren waarop de video-intervisie ingezet kan worden, hieronder wordt gekozen voor een vorm waarin er tijd zit tussen de opnames en de video-intervisie. Het kan daarnaast zijn dat je als team met elkaar wil werken aan een gezamenlijk vraagstuk, maar het is ook mogelijk dat elke individuele docent een eigen vraagstuk heeft. In ieder geval is het goed om met elkaar vast te stellen wat de leervraag is. Van elke docent wordt een filmopname van 20 minuten gemaakt, bij voorkeur door een ervaren beeldcoach. De docent heeft zich zo voorbereid dat hij in die 20 minuten oefent zijn leervraag, bijvoorbeeld een nieuwe werkvorm inzetten om leerlingen meer actief te betrekken. Zo weet de beeldcoach waar tijdens het filmen de aandacht op moet liggen. De docent bekijkt de toegestuurde eigen beelden en kiest 2 fragmenten van 2 minuten uit: een fragment waarover hij tevreden is ten aanzien van de leervraag en een fragment waar nog een vraag over is.

 

Met deze beelden komt de docent naar de video-intervisie toe waar hij met ongeveer 5 collega’s naar elkaars beelden gaat kijken. Deze video-intervisie wordt geleid door de beeldcoach volgens een vaste systematiek. In het kijken naar elkaars beelden wordt door de docenten ter plekke geoefend in het feedback geven. Idealiter heeft het hele team daar ook een inleidende middag in gehad: welke vragen stel je, hoe geef je efficiënte feedback en op welke niveaus kun je allemaal feedback geven? Op deze manier heeft de bijeenkomst een soort Droste-effect: in het kijken naar elkaars beelden ben je ook aan het leren met elkaar.

 

Naast de tijdwinst die video-intervisie oplevert (in een sessie van ongeveer 2,5 uur heb je bij vier docenten in de les gekeken en heb je feedback op je eigen lesfragment gehad) werkt het kijken naar beelden als een zeer krachtig middel. Nadat je door het eerste ongemak heen bent van het kijken naar jezelf, ga je je blinde vlekken herkennen of zie je bijvoorbeeld dat een klas eigenlijk veel meer aan het werk is dan je dacht toen je ze allemaal hoorde kletsen en dacht dat niemand werkte. Ook geven de beelden de mogelijkheid om nog eens terug te spoelen, precies te kijken naar de basiscommunicatie of hoe die ene leerling reageert op jou Je kunt met elkaar te sparren over welke andere vraag jij zou kunnen stellen of welke feedback je deze leerling op dat moment ook zou kunnen geven. Tot slot werkt het heel verrijkend voor het team: iedereen is kwetsbaar en wil samen met elkaar verder leren.

 

Mocht je geïnteresseerd zijn in deze video-intervisie voor jouw team of in het inzetten van een (individuele) beeldcoach op jouw school, neem dan contact op met Jeanneke Brosky op j.brosky@bvs-schooladvies.nl en 06-30 17 67 43.

Geplaatst op

Vrijeschool Castricum: echt vrijeschool zijn in deze tijd

Directeur Marije Ehrlich: “Onze school is 5 jaar oud en dus nog in die sprankelende en enerverende pioniersfase. Bij gebrek aan routines blinken we uit in flexibiliteit en improvisatievermogen. De ouders die onze school oprichtten wilden een échte vrijeschool, maar geen stoffige; ze bedoelden daarmee één waar je gewoon goed leert lezen en reken én met de rijkdom van bezield onderwijs voor hoofd, hart en handen. Maar zonder sleetse vormen en dogmatische tradities.

 

 

De vraag is steeds: hoe kunnen we écht vrijeschool zijn in deze tijd? Het fundament van 100 jaar vrijeschoolonderwijs geeft stevigheid, maar ook ballast. Zoveel tradities en vaste vormen om tegen het licht te houden en om te vormen en zo weinig bezinningstijd in de hectiek van alledag!  Maar we zijn onderweg. Het Pinksterbruidspaar is niet meer voorbehouden aan de twee oudste kleuters, maar alle kleuters zijn bruid of bruidegom. Een non-binaire stagiair zette ons aan het denken en leverde een meer complete werkwoordspelling en ochtendspreuk op. De jaarfeesten en burgerschapsonderwijs staan de komende jaren hoog op de agenda. De kinderen van nu roepen ons ook op te veranderen. Want passend vrijeschoolonderwijs, dat moet wel aansluiten bij kinderen die steeds meer moeite hebben mee te komen in het geheel. We zijn samen op zoek, proberen dingen uit en benutten meer en meer ieders kwaliteiten. Want daar zit de energie en het enthousiasme. De hond van meester Kay helpt kinderen om bij zichzelf te blijven of moediger te worden. Bij project buiten de klas krijgen kinderen bij juf Madelein extra uitdaging én doen ze iets voor de klas of de school. De schoolwinkel is een feit en er wordt nu gewerkt aan een spel voor de klas. Klasdoorbrekend werken we aan taal en rekenen en zo zal er de komende tijd vast meer ontstaan.

 

 

De antroposofie blijft het vertrekpunt. Want waar vormen verouderen, blijkt de antroposofische  menskunde juist actueel. De werkzaamheid van ritmisch bewegen tijdens het leren, de gunstige werking van muziek en schrijven op het brein, het belang van natuur voor je gezondheid, veel inzichten uit antroposofie en wetenschap komen meer en meer samen. De ouders van deze tijd hadden dat ook al door: buitenonderwijs en bewegend leren zijn niet voor niets onze speerpunten. Elke woensdag krijgt de hele school buiten in de natuur les en de bewegende klas zetten wij in aangepaste vorm door tot in de 6e klas. Met lef en liefde bouwen we samen aan de vrijeschool voor kinderen van nu en de wereld van morgen.“

 

 

Wil je meer weten? Marije Ehrlich is bereikbaar op mehrlich@vrijeschoolcastricum.nl.

Geplaatst op

Jaarfeesten op interculturele vrijeschool Waldorf aan de Werf

Op de interculturele vrijeschool in Amsterdam Noord zoekt directeur Jamilah Blom samen met haar team steeds naar verbindingen met de buurt, de stad en de pluriforme samenleving. De jaarfeesten bieden een aanknopingspunt om vanuit verschillende culturele tradities de jaarcyclus te beleven. Blom vertelt over haar zoektocht hierin: “Dit is het begin ons derde schooljaar. Drie jaar geleden zijn we begonnen als interculturele Waldorf school in Amsterdam Noord. Een school die aantrekkelijk is voor iedereen. We vinden het belangrijk dat alle kinderen en hun ouders zich welkom voelen. Hoe zorg je daarvoor? Dat is een van de vragen die we ons iedere keer weer opnieuw stellen.

 

Onze eerste stap was om te kijken naar onze jaarfeesten. Het vaste ritme van het jaar is belangrijk in de antroposofie en de jaarfeesten zijn een belangrijk onderdeel hiervan.

 

Wij hebben opnieuw gekeken en met elkaar besproken wat het feest voor ons betekent en wat nou echt de essentie is van het feest. Die kritische en nieuwsgierige blik is erop gericht ons denken te verdiepen en onze kennis te vergroten, waarmee wij onze feesten kunnen verrijken.

 

Het Michaelsfeest bijvoorbeeld, een prachtig feest over moed en oogsten. Hoe wordt in andere landen het oogsten gevierd? Welke betekenis heeft de draak in China? Welke verhalen over de herfst zijn er in andere landen te vinden? We hebben nu ons eigen herfstfeest ontwikkeld waarin Michaël, Jorina en de draak, moedspelletjes met een Chinese draak en een Chinees herfstverhaal met de kinderen gedeeld worden. De kleuters maken groentesoep met alles wat de oogst ons heeft gegeven en alle kinderen uit alle klassen mogen mee eten.

 

De lichtperiode is ook zo’n mooi thema dat op meerdere plekken terugkomt. In dat geval praten we over het lichtfeest in plaats van advent en kunnen zo ook aandacht besteden aan Chanoeka en Divali. Zo bouwen wij aan de gastvrije en inclusieve Waldorf aan de Werf in Amsterdam Noord.”

 

Wil je meer weten. Jamilah Blom is bereikbaar op directie@wadw.school.

 

Geplaatst op

Nieuwe VO-vrijeschool in Arnhem

Begin september is de voorbereiding van de start van een vrijeschool voor voortgezet onderwijs in Arnhem begonnen. Leerlingen met een schooladvies vmbo basis/kader tot en met vwo zijn welkom. Deze vrijeschool is ontstaan uit een ouderinitiatief van de Parcival vrijeschool (PO) in Arnhem. De vrijeschool KGC in Nijmegen (VO) ondersteunt dit initiatief. 

Leerpark vrijeschool is een leerroute onder de vleugels van het bestuur van de Christelijke Onderwijs Groep. COG stelt middelen en ruimte beschikbaar op de locatie Leerpark in de wijk Presikhaaf. Het gebouw is ruim, licht en herbergt veel faciliteiten. De vrijeschool krijgt een eigen toren en ingang. 

Leerpark vrijeschool biedt een onderbouw havo/vwo aan (t/m 9e klas). Vmbo leerlingen kunnen eindexamen doen. Wim den Blanken, die eerder vrijeschool het Corberic in Deventer heeft opgericht en geleid, is aangesteld als de kwartiermaker. De ambitie is om volgend schooljaar met drie 7e klassen te starten. Wim zal de komende maanden invulling geven aan de inrichting van het onderwijs en de huisvesting en natuurlijk de werving van leerlingen. Ook zal hij de docenten gaan werven voor het team. 

Voor meer informatie kun je contact opnemen met Wim den Blanken op w.den.blanken@bvs-schooladvies.nl en 06-20 82 45 04.

Geplaatst op

Diversiteit en burgerschap

We verbinden ons sinds afgelopen schooljaar als BVS-schooladvies met het thema diversiteit en inclusie. In onze verkenning binnen dit thema kijken we naar eigen oordelen, onvermogens en grenzen, normen en waarden. Open staan voor de ander, nieuwsgierig zijn en weten hoe je met elkaar in gesprek gaat en blijft. Spannend om elkaar te blijven vinden als je elkaar kwijt dreigt te raken. 
 
Er ligt een opdracht voor de vrijescholen om met elkaar diversiteit en inclusie betekenisvol vorm te geven voor de leerlingen en te vertalen naar het curriculum en de vertelstof. Wellicht mooi om in deze Michaëlstijd stil te staan bij daar waar het spannend wordt.
 
Wil je met dit thema samen met ons van BVS-schooladvies aan de slag? Neem dan contact op met een van onze adviseurs. En onze conferentie met dit onderwerp vindt plaats op 8 mei 2023. Lees meer en schrijf je in.

Kunstwerk: Hannah Osório Lobato, De vrijeschool Den Haag VO

Geplaatst op

Dirigerend door de dagen – tussen stilte en klank

Hij staat rechtop, stevig op zijn benen en pakt zijn stok vast in de hand. Zijn schouders zijn ontspannen, armen naar beneden en het gezicht rust. Tegenover hem zitten zo’n 50 mensen, kijkend vol aandacht. Iedereen weet wat hij moet doen, ze wachten tot ze mogen beginnen. Of misschien is het al begonnen in de stilte die er nu klinkt. Langzaam komt zijn lichaam in beweging, verandert de uitdrukking op zijn gezicht en heft hij zijn armen omhoog. Daar zwaait zijn baton voor de eerste keer.


De mensen tegenover hem reageren en komen in beweging. De ruimte vult zich met klanken. Een samenspel komt tot stand, vol concentratie en met aandacht voor elkaar. Dit gaat minutenlang zo door, vol harmonie en disharmonie en interactie. Hij weet wanneer de klanken komen en wanneer er rust en stilte moet zijn. Met controle en finesse over alle bewegingen die zijn lichaam maakt, stuurt hij de groep aan. Dan zwaait hij zijn baton voor het laatst. Zijn lichaam ontspant langzaam en de laatste klanken ebben weg. Geleidelijk vloeit het geheel over in stilte. Een stilte waarin de klanken naklinken. Na een tijdje volgt er een daverend applaus voor deze dirigent en het orkest.


Zouden wij voor de klas niet veel meer de dirigent in ons zelf moeten vinden? Hoe zou het zijn als we vanuit subtiliteit met ons hele lichaam een groep aan kunnen sturen?


Zelf zie ik paralellen tussen de dirigent met het orkest en de leerkracht met de klas. Zoals een dirigent vanuit stilte via de beweging een groep laat meebewegen en floreren, zoekt de leerkracht vanuit de stilte de verbale weg. Via woorden en opdrachten vertelt de leerkracht de groep wat er gaat gebeuren. Aan spreken en beweging gaat een stilte vooraf. Zonder stilte is er geen klank en zonder klank bestaat er ook geen stilte. Het is als in zoveel dingen, zonder het een kan het ander niet bestaan. Het gaat om het vinden van de balans, waarin de stilte tot een instrument gemaakt kan worden.


Naast de afwisseling tussen stilte en klank is er ook een verschil tussen verbaal en non-verbaal communiceren. Zoals je ziet tussen bewegen en spreken. Tijdens het spreken is onze aandacht naar buiten gericht, via die weg ontvangen we informatie. Wanneer we non-verbaal communiceren ontwaakt de binnenwereld. Van binnen gaan we aan. We kijken en zoeken naar wat er gebeurt en wat de verwachting is. Dit is een innerlijk actief bewegen. Non-verbale communicatie kan bijdragen aan verstilling in de klas.


Stilte is in deze tijd vaak moeilijk te verdragen; we zijn er simpelweg niet meer aan gewend. De prikkels van buitenaf volgen elkaar in rap tempo op. De hele maatschappij dendert in vlot tempo door en de druk van wat er allemaal moet is groot. Het kunnen verstillen is daarom een uitdaging. We kunnen oefenen om tot rust te komen, om onszelf af te kunnen sluiten voor prikkels van buiten en onze gedachten tot rust te brengen. De behoefte hiertoe is groot, niet voor niets zijn mediteren en mindfulness populair bij veel mensen. Wanneer we samen zijn met anderen is er meestal veel communicatie, maar als er een stilte valt dan wordt deze snel als ongemakkelijk ervaren. En kunnen gedachten het van ons overnemen.


Laten we de stilte weer in haar kracht zetten. Laat onze kinderen oefenen om de stilte te leren verdragen. Breng de balans terug tussen stilte en klanken in de klas. Kies er bewust voor via woorden of beweging een opdracht te geven. Laat ons doen wat we zeggen en zeggen wat we doen. Maar bovenal laat het er toe doen wat we zeggen en anders liever zwijgen.


Pak allemaal je baton uit de kast, en neem de kinderen mee in de klanken en stilte van het muziekstuk dat je samen iedere dag maakt. Geniet aan het eind iedere keer opnieuw van de stilte die er van buiten klinkt en voel hoe je van binnen nog in beweging bent!


Voor meer informatie kun je contact opnemen met Annemarije van Putten op a.van.putten@bvs-schooladvies.nl en 06 – 53 81 04 10.

Geplaatst op

Praten over oorlog in de klas

Met hoofd, hart en handen

Als volwassenen willen we vaak niets liever dan kinderen zo lang mogelijk beschermen tegen het verdriet van de wereld. Zeker in de onderbouw willen we de kinderen laten zien dat de wereld goed en mooi is. Hierdoor kunnen we ervoor kiezen om het thema oorlog geen plek te geven in ons onderwijs. Toch weten we uit onderzoeken dat kinderen die de ruimte krijgen om zich uiteen te zetten met moeilijke thema’s vaak veerkrachtiger worden*. Kinderen krijgen dan namelijk de ruimte om op een gezonde manier om te gaan met gevoelens en vragen die er in ze opkomen. En leren zichzelf zo coping strategieën aan.

Er is geen standaardrecept voor praten over moeilijke thema’s en het is een uitdaging om het thema zo te bespreken dat alle kinderen in de klas zich er op een gezonde manier mee uiteen kunnen zetten. Bovendien is het een kunst om het thema zo te bespreken dat het aansluit bij de verschillende leeftijdsfases. De uitdaging hierin is om de wereld binnen te laten komen zodat kinderen zich uiteen kunnen zetten met het onderwerp zonder dat het ze onnodige gevoelens van angst of verdriet oplevert. Hoofd, hart en handen bieden verschillende invalshoeken om aan de slag te gaan met het thema oorlog.
 
Je kunt de wereld binnen laten via het hoofd
Alle feitenkennis hoort bij de weg van het hoofd. Door kinderen vragen te laten stellen kom je erachter wat er leeft. Door duidelijk en eerlijk te zijn en de oorlog in perspectief te plaatsen geef je kinderen houvast. Via diverse websites kun je lesbrieven vinden die leerkrachten kunnen helpen om de oorlog te bespreken in de klas. 

Je kunt de wereld binnen laten via het hart
Door op kunstzinnige en/of speelse wijze aan de slag te gaan met thema’s die samenhangen met oorlog krijgen kinderen de tijd en ruimte om hun gevoelens te ervaren en verwerken. Door verschillende kunstzinnige oefeningen te doen, zoals samen tekenen, gedichten te schrijven of samen te zingen, kunnen kinderen oefenen om te gaan met hun eigen gevoelens en elkaars verschillen. Ook verhalen horen bij de weg van het hart; via verhalen maak je als leerkracht op kunstzinnige wijze beelden van feitelijke gebeurtenissen om de kaalheid en scherpte betekenis te helpen geven. Hierbij kan je voor het thema oorlog denken aan verhalen over moed. 

Je kunt de wereld ook binnen laten via de handen
Kinderen graag willen helpen: iets positiefs doen geeft grip op de situatie en hoop. Vertel kinderen daarom verhalen over mensen die in actie kwamen om anderen te helpen. Voorbeelden hiervan zijn het meisje dat 1000 kraanvogels vouwde voor de slachtoffers van Hiroshima, Greta Tunberg die staakte voor een beter klimaat of de buurjongens die onder de naam Koekraine aan de hele buurt koekjes verkochten. Maar ook in sprookjes lees je regelmatig hoe iemand zich inzet om het lot van de ander te verzachten. Denk bijvoorbeeld aan Roodkapje die op weg is naar haar zieke grootmoeder met een mandje vol lekkers. Geef kinderen de ruimte om vanuit eigen initiatief en passend bij hun leeftijdsfase actie te voeren.

Praten over de oorlog doe je niet alleen. Het is fijn om steun te hebben aan je collega’s, ouders en (externe) ondersteuners en samen met hen te zoeken naar een passende vorm in de klas en in de school. Hoe je ook besluit om de wereld binnen te laten komen in de klas, verhalend, kunstzinnig, spelenderwijs of feitelijk; het is voor kinderen van groot belang dat ze een plek hebben waar ze vrij en veilig kunnen praten over de oorlog. Een plek waar ze kunnen rekenen op eerlijke antwoorden en hoopvolle verhalen. Als leerkracht kun je hierin voorleven, bevragen en samen zoeken naar een manier om de oorlog te begrijpen. Je bent op die manier een gids die met de kinderen op reis gaat en onderzoekt en vertaalt wat ze op weg tegenkomen. 
 
Voor meer informatie kun je contact opnemen met Jacoba Pylyser op j.pylsyer@bvs-schooladvies.nl en 030 – 281 96 56.

*W. Thomas Boyce (2019), The Orchid and the Dandelion. Uitgeverij Vintage

Geplaatst op

Feedback in de klas – Middelbare school Descart Utrecht

17 februari 2022. De storm neemt in hevigheid toe en het ziet ernaar uit dat ik de volgende dag geen lessen zal kunnen bezoeken op Descart in Utrecht. De treinen rijden niet en de leerlingen gaan veiligheidshalve allemaal na het vierde uur naar huis. De avond van tevoren gooi ik met de roostermaker het programma om waardoor ik de lessen bezoek die op die stormachtige vrijdag online gegeven worden.
 
De brugklas logt langzaamaan in en iedereen wordt door de docent biologie welkom geheten. Als een volleerde entertainer heeft ze oog voor iedereen. Er ontstaat niet alleen een prettige sfeer, maar door haar specifieke feedback: Ik ben zo blij dat jullie allemaal je naam herkenbaar in beeld in lesson-up hebben staan en Ik zie mensen zoeken in hun boek, daar word ik zo blij van, vertelt ze ook iets over haar eigen modus en de leerstand van de leerlingen. Een andere leerling krijgt te horen: … wat goed dat als je camera het niet doet, dat je in de chat meedoet. 
 
Over het traject
Sinds twee jaar begeleid ik de docenten van Descart in het geven van feedback. In het eerste jaar werkten we samen met de docenten van Waldorf Utrecht, die net als Descart deel uitmaken van het Sint-Gregorius College aan geschreven feedback. Hoe zorg je ervoor dat je feedback effectief is en dat je de balans behoudt tussen feedback op inhoud, strategie, modus en persoonlijke kwaliteiten (Voerman en Faber)? Hoe kun je tussentijds leerlinggegevens noteren opdat je niet vlak voor een winter- of zomerportfolio nog heel veel teksten moet schrijven? Wat kan de rol van leerlingen zijn in het evalueren van hun eigen leren en hoe zorg je ervoor dat de feedback cyclisch wordt en het portfolio niet als eindproduct wordt gezien, maar dat leerlingen er actief mee aan de slag gaan? Door met elkaar te oefenen in het schrijven van teksten en elkaar weer feedback te geven, zetten we samen de eerste stappen in dit traject.

Dit schooljaar is het aanbod voor Descart meer gedifferentieerd en zijn er trainingsmomentengeschreven feedbackvoor nieuwe docenten of docenten die daar graag nog meer in wilden oefenen, hebben we intervisiemomenten ingelast om samen naar eigen feedbackteksten te kijken en zijn er trainingsmomenten voor de meer ervaren docenten over feedback in de klas. Aan deze laatste trainingen zijn lesbezoeken gekoppeld, waar het lesvoorbeeld hierboven uit voortkomt.
 
Vragen die leiden tot feedback
In een klas is het snel schakelen en voor je het weet, is de enige feedback die de leerling te horen krijgt Goed zo of wordt bij een fout antwoord de beurt aan een andere leerling gegeven die wel het goede antwoord weet. Bewust omgaan met de soort vragen die je als docent stelt, helpt het geven van feedback. Gesloten vragen lokken veel goed-zo-feedback uit, terwijl meer complexe (denk)vragen feedback op inhoud, strategie en zelfregulatie makkelijker maakt. Ook heldere criteria of verwachtingen waar leerlingen aan moeten voldoen, maken feedback gerichter.
 
De tweede klas heeft Nederlands. Ze zijn bezig met het houden van een presentatie naar aanleiding van een betoog dat ze geschreven hebben en die middag krijgen ze de kans om een proefpresentatie te houden. De vier lefgozers die dat online, met extra publiek erbij durven, krijgen aan de hand van eerder besproken criteria feedback van hun klasgenoten en de docent. Het leerrendement van deze feedback is groot. Door als jury zelf te oefenen met de criteria, oefenen ze deze onderdelen extra in. En door de feedback kunnen de presentatoren, maar ook de andere leerlingen hun presentatie nog aanscherpen voordat het voor het echt moet, waardoor de feedback in een cyclisch proces wordt gezet.
 
Met veel plezier pak ik – ijs en weder dienende – binnenkort weer de trein naar Utrecht om samen de volgende stap in dit leerproces te zetten.

Voor meer informatie kun je contact opnemen met Jeanneke Brosky op j.brosky@bvs-schooladvies.nl en 06 – 30 17 67 43.

Geplaatst op Geef een reactie

Procesbegeleiding op het voortgezet speciaal onderwijs

Op het Pleysier college omarmen ze het Rijnlands denken als bestuurlijke filosofie. Het gaat daarbij om begrippen als verbinding, vertrouwen, vak­manschap en inspiratie. Het Rijnlands model is de naam die gebruikt wordt voor een systeem van maatschappelijke ordening. Het wordt meestal gebruikt als een alternatief voor het zogeheten Angelsaksisch model waarbij alle ruimte aan de krachten van de vrije markt wordt gelaten en de overheid zich zo veel mogelijk afzijdig houdt. Het Rijnlands model veronderstelt een samenwerkingsbereidheid. Horizontaal organiseren en het zorgvuldig inrichten van processen sluit daar heel goed bij aan. Daarom werd IMO-BVS gevraagd om een aantal processen in de verschillende scholen te helpen begeleiden.

Het realiseren van kritische veranderingen en vernieuwingen is een opgave, die een geheel eigen en uniek proces vragen. Het is een kunst dergelijke processen zo in te richten, dat de betrokken mensen enthousiast kunnen zijn en daarin succesvol kunnen opereren. De IMO-aanpak is een inspirerend en werkzaam avontuur, een reis met een bijzondere bestemming.


We zijn de reis gestart met een team van directeuren en een bestuurder. Er zijn natuurlijk veel processen die aandacht vragen, maar twee cruciale processen waar de scholen op uitvielen en de inspectie de vinger oplegde werden aangepakt. Door de vragen die daarin opkwamen goed te bevragen werd de opdracht voor ieder proces helder. De zeven bakens die Adriaan Bekman ontwikkelde zijn daarin behulpzaam. Eerst de vraag heel helder hebben en dan een voorstelling maken van het resultaat. Dat geeft richting aan het proces. Wie gaat het proces trekken? De proceseigenaar is enthousiast over het onderwerp en wil toewerken naar de verandering. De procesopdrachtgever houdt feeling met de ontwikkeling van het proces en steunt de proceseigenaar.


Door de vraag heel helder te hebben, ontstaat er enthousiasme bij het team van mensen die de proceseigenaar heeft uitgekozen om mee samen te werken. Er klinken soms kreten van verwondering en ook wordt er gezucht. “We weten het wel, maar wat is het lastig om echt door te vragen”.


Tussentijds bespreken we met elkaar de stand van zaken en komen dan vraagstukken tegen rondom het inrichten in de tijd, de facilitering van het proces en het tempo waarin gedacht wordt. De fasering van het proces is van belang. Zijn we oriënterend, onderzoekend, experimenterend of implementerend bezig? Wat is er in iedere fase nodig?


We zijn nu een heel eind op streek. Het vraagt om rust, tijd en overleg. De waan van de dag vraagt soms om een snelle oplossing. Dit soort processen vertragen het ritme. Het zorgt voor betrokkenheid, eigenaarschap en vooruitgang. Het sluit aan bij de wens tot verbinding, vertrouwen, vakmanschap en inspiratie. Op een gezamenlijke studiedag voor alle medewerkers waar we het werken in processen introduceerden, herkenden velen het belang, vielen kwartjes en waren er ontmoetingen die waardevol werden gevonden. Vragen stellen in plaats van oplossingen aandragen, bleef hangen.  Heel prettig om met een team van mensen te werken die de tijd willen nemen en open staan voor de veranderingen die langzaam maar zeker en stapje voor stapje plaats vinden. Grote verandering door kleine verbeteringen zou je kunnen zeggen.


Voor meer informatie kun je contact opnemen met Hans Passenier op h.passenier@bvs-schooladvies.nl en 06 – 52 00 39 75.

Geplaatst op

Gelijkwaardigheid is een kernwaarde van het vrijeschoolonderwijs

Gezamenlijke verklaring Vereniging van vrijescholen, BVS-schooladvies en Vrijeschool Pabo

In de media zijn de afgelopen tijd berichten verschenen over de oprichting van Renaissancescholen door de politieke partij Forum voor Democratie. De oprichters hebben ten aanzien van hun curriculum gerefereerd aan wat zij noemen ’traditioneel vrijeschoolonderwijs’ (of ‘conservatief antroposofisch onderwijs’) en waar zij elementen van willen gebruiken.

 

Wij zijn op geen enkele wijze betrokken bij de oprichting van de Renaissancescholen, de ontwikkeling van hun curriculum, en hun ambitie om scholen te bevrijden van genderideologie. Vrijescholen staan juist voor een open, diverse samenleving waarin mensen solidair zijn met elkaar en zorgzaam omgaan met de aarde. Wij begeleiden leerlingen bij hun ontwikkeling naar volwassen mensen met een brede maatschappelijke visie, respect voor verschillende meningen en inzicht in hoe zij kunnen bijdragen aan een betere wereld. Daarbij vinden we het essentieel dat jongeren kunnen worden wie ze zijn en de ruimte krijgen om daarin hun eigen identiteit te vinden. Wij zijn aan geen enkele politieke partij gebonden en nemen afstand van ideeën die bepaalde groepen uitsluiten. Gelijkwaardigheid is een kernwaarde van ons onderwijs.