Geplaatst op

Conferentie ‘Het wekken van de wil’ – een dag vol ontmoeting, verwondering en beweging

Conferentie ‘Het wekken van de wil’ – een dag vol ontmoeting, verwondering en beweging

Op maandag 8 juni bezocht ik als deeltijdstudent van de Vrijeschool Pabo de conferentie Het wekken van de wil op het Rudolf Steiner College in Rotterdam. Samen met honderden vrijeschoolleerkrachten, schoolleiders, begeleiders, bestuurders en studenten liep ik als een stroom van mensen door de straten van Kralingen richting het prachtige schoolgebouw.

Op het groene binnenplein ontvingen we een gekleurd polsbandje, koffie of thee en maakten we de eerste contacten met collega’s uit het hele land. Terwijl iedereen nog rustig stond te praten, klonken vanuit het gebouw plotseling trommels. De verschillende kleuren bandjes bleken bij vlaggen te horen, waardoor we ons spontaan in groepen verzamelden. Wat volgde was een soort flashmob in de aula: ruim vierhonderd mensen die samen een improvisatie van ritmes, zang en beweging creëerden. Trommels, klappen, stemmen en gelach vulden de ruimte. De toon van de dag was gezet. De conferentie kon beginnen.

 

Het gewisse en het ongewisse

Na een korte opening door leerlingen en docenten van het Rudolf Steiner College begon de keynote van Elard Pijnaken, opleidingsmanager van de Vrijeschool Pabo, de opleiding Docent Muziek en de opleiding Dans/Euritmie van Hogeschool Leiden, en Nelleke Vantilborgh, docent Nederlands op het Rudolf Steiner College.

Hun verhaal over het wekken van de wil was niet alleen inspirerend, maar vooral heel herkenbaar. Ze namen ons mee in hun eigen onderwijspraktijk en onderzochten samen met ons de spanning tussen het gewisse en het ongewisse. Nelleke vertelde hoe zij bewust na het stellen van een vraag haar leerlingen bedenktijd geeft. Elard deelde een anekdote over zijn eerste toneelles rondom Romeo en Julia, waarbij hij met leerlingen naar de markt trok om inspiratie op te doen voor personages. Het avontuur liep iets anders dan gepland: één leerling kwam terug met een bloedneus omdat hij zijn personage iets te letterlijk had genomen. De vraag die bleef hangen was: hoeveel ruimte durven wij als leraren te geven aan het onverwachte? Hoe ga je om met het voorspelbare? En hoe wek je in beide de wil van leerlingen?

 

De conferentie had als doel deelnemers meer inzicht te geven in wat de wil eigenlijk is, hoe je die bij jezelf en bij leerlingen kunt aanspreken en hoe een formatieve cultuur daaraan kan bijdragen. Gedurende de dag werd dat niet alleen besproken, maar vooral ook ervaren.

 

Werkgroep 1: Het richten van de wil

Voor de eerste werkgroepronde koos ik voor Het richten van de wil van Paul van Meurs. Vanuit het vormtekenen onderzochten we hoe ontwikkeling begint bij beweging en uiteindelijk leidt tot vorm. Al tekenend ervoeren we zelf aan den lijve dat iedere vorm vraagt om concentratie, een meegeven en vertrouwen, wat voortdurend wakkerheid van je vraagt.

Wat mij vooral aansprak was dat we niet alleen luisterden naar theorie, maar vooral zelf aan het werk gingen. Het werd heel concreet hoe vormtekenen, per leerjaar, kan bijdragen aan het richten van de wil én aan het tot vorm komen van het denken. Vooral het met z’n vieren gelijktijdig vormtekenen maakte indruk. Op het moment dat we gezamenlijk in een ritme kwamen en alleen nog het geluid van de bewegende potloden hoorbaar was, ontstond er een bijzondere concentratie en verbondenheid. Een werkvorm die ik zeker wil meenemen naar mijn eigen lessen.

 

Spel, ontmoeting en beweging

Na de ochtend was het tijd voor de lunch. Opnieuw zochten we de deelnemers met dezelfde kleur bandjes op. Voor iedereen stond een lunchpakket klaar, maar daarin bleek meer verstopt te zitten dan alleen heerlijke broodjes van Jordy’s Bakery. Eén persoon uit elke groep ontdekte dat hij of zij de spelleider was. De anderen vonden geheime opdrachten.

 

Met onze groep liepen we naar het Kralingse Bos, waar we picknickten en verschillende balspellen speelden. Mijn geheime opdracht luidde: doe alsof je er niets van begrijpt. Anderen moesten juist doen alsof ze nergens zin in hadden. Het zorgde voor hilarische situaties. Tegelijkertijd werd zichtbaar hoe groepsdynamiek ontstaat en hoe kleine impulsen invloed hebben op samenwerking en initiatief. Zonder dat het expliciet werd benoemd, ervoeren we opnieuw waar de conferentie eigenlijk over ging: wilskracht ontstaat vaak in ontmoeting, spel en beweging.

 

Werkgroep 2: Noodpedagogiek Nederland

In de middag sloot ik aan bij de werkgroep Noodpedagogiek Nederland van Francis van Maris en Marije Kuijt. Deze workshop maakte veel indruk. We onderzochten hoe trauma doorwerkt bij kinderen die leven in oorlogssituaties, natuurrampgebieden of in moeilijke omstandigheden dichter bij huis. Na een korte introductie over trauma en de invloed daarvan op de ontwikkeling en het gedrag van kinderen, maakten we kennis met verschillende praktische oefeningen.

 

Wat mij vooral bijbleef, was de nadruk op de kracht van beweging, spel, kunstzinnige activiteiten en het samenzijn in de kring. Juist deze elementen, die zo vanzelfsprekend lijken binnen het vrijeschoolonderwijs, kunnen kinderen helpen om weer veiligheid, rust en veerkracht te ervaren. Tijdens de oefeningen ervoer ik zelf hoe ritme, samenspel en beweging kunnen bijdragen aan concentratie en welbevinden.

 

Het mooie was dat ik de opgedane inspiratie meteen kon meenemen naar mijn stage en mijn kunstlessen op een AZC. De volgende dag heb ik verschillende balspellen en ritmische oefeningen uit de workshop toegepast. Het was bijzonder om te merken hoe snel kinderen daarop reageerden en hoeveel rust, betrokkenheid en plezier dit bracht. Kinderen hunkeren naar dit samenzijn in een kring.

 

30 werkgroepen vol inspiratie

Wat mij daarnaast opviel, was de enorme keuze aan workshops. De conferentie bood maar liefst 30 verschillende werkgroepen, verdeeld over de thema’s menskunde, formatief handelen en kunst & ambacht. Hierdoor kon iedere deelnemer een eigen programma samenstellen dat aansloot bij zijn of haar onderwijspraktijk.

 

Tijdens de pauzes en wandelingen sprak ik verschillende medestudenten en leerkrachten die enthousiast vertelden over de werkgroepen die zij hadden gevolgd. Juist die ontmoetingen gaven een mooi beeld van de rijkdom van de conferentie.

 

Zo vertelde een medestudent enthousiast over de werkgroep ‘Moed, wil en toeval’. Daar maakten deelnemers kennis met de naaimachine als creatief gereedschap. Met lapjes stof, kleur en verschillende materialen ontstonden kleine landschappen en kunstwerken. Het ging niet zozeer om perfectie of techniek, maar juist om het durven experimenteren. Toeval en fouten bleken onderdeel van het proces en leverden vaak de mooiste resultaten op.

 

Wat ik mooi vond, was dat iedere deelnemer met andere verhalen terugkwam. De één was geraakt door een kunstzinnige werkvorm, de ander door een verdiepend gesprek over pedagogiek of een praktische oefening voor in de klas. 

 

Luchtige afsluiting

De dag werd afgesloten door improvisatietrio Op Sterk Water. Met hun scherpe observaties, humor en improvisatietalent wisten zij moeiteloos situaties uit de conferentie terug te laten komen in hun voorstelling. Een ontspannen en verbindende afsluiting van een intensieve dag.

 

Toen ik aan het einde van de middag weer naar huis reed, voelde ik me voldaan. Niet alleen door alles wat ik geleerd had, maar vooral door de ontmoetingen, de gesprekken en de vele momenten waarop theorie en praktijk samenkwamen.

Ik kijk terug op een waardevolle dag vol nieuwe inzichten, praktische handvatten en hernieuwde motivatie voor mijn eigen ontwikkeling als vrijeschoolleerkracht.

 

 

 

Geplaatst op

update nieuwe kerndoelen en leerlijnen

SLO heeft haar planning rondom de verdere uitwerking van de kerndoelen bijgesteld. De aangepaste uitwerkingen worden nu verwacht in het voorjaar van 2027.

 

Als BVS-schooladvies wachten wij hier niet op. Vanuit onze rol als begeleidingsdienst voor vrijescholen zijn wij al volop bezig met het ontwikkelen en verdelen van het vrijeschoolaanbod over de verschillende leerjaren. Daarbij werken we met de kerndoelen die in november 2025 beschikbaar zijn gekomen, dezelfde uitgangspunten die ook door SLO worden gehanteerd.

 

Ons streven is om de leerlijnen voor taal en rekenen rond de zomer te publiceren in MijnLeerlijn en in de leerlijnen van ParnasSys. Daarnaast onderzoeken we de mogelijkheid om de leerlijnen ook via onze website beschikbaar te maken.

 

Op 28 oktober 2026 verzorgen wij tijdens de miniconferentie in Leiden een presentatie over de implementatie van de nieuwe leerlijnen binnen het vrijeschoolonderwijs. Daarbij richten we ons vooral op de vraag hoe scholen kunnen omgaan met de invoering van de nieuwe leerlijnen en de bijbehorende, deels nieuwe, onderwijsinhouden in de dagelijkse praktijk.

 

Geplaatst op

Lerarenopleiding Waldorfpedagogie in Oost-Afrika

Stichting Internationaal Hulpfonds voor vrijeschoolpedagogie (IHF) is een vrijwilligers-organisatie die 25 vrijescholen of liever Waldorfscholen in alle continenten steunt. In Oost-Afrika, de regio waarvoor ik verantwoordelijk ben, geldt dat voor negen scholen en een project voor traumahulp in het vluchtelingenkamp Kakuma. En voor een paar leraren uit Ivoorkust en Madagascar. Er zijn in Oost-Afrika nog meer Waldorf scholen die niet door het IHF gesteund worden, maar door organisaties uit andere Europese landen.

 

Het kenmerkende van de Oost-Afrikaanse scholen is dat ze allemaal heel verschillend zijn en toch nauw met elkaar verbonden. Ik noem er enkele: 

 

In Kenia ligt Rudolf Steiner School Mbagathi aan de rand van Nairobi. De ingang is tegenover een wildpark, waar je ’s avonds de leeuwen hoort brullen. Er komt na zonsondergang wel eens een leeuw over het hek. Daarom hebben de bewakers ook geweren en mag je na zonsondergang het terrein alleen per auto of schoolbus verlaten. De school is opgericht voor de arme bevolking. Voor de  kinderen van stammen, zoals de Liu en de Masaai die te ver weg wonen of rondtrekken is er een internaat. Er is een kleine boerderij met koeien en kippen. Het eten voor de 325 leerlingen wordt op het land verbouwd. 

 

Op het vakantie-eiland Zanzibar is de Creative Education Foundation (CEF)Steiner School gevestigd, een geheel islamitische school. De jongens en meisjes komen uit arme gezinnen, meest van alleenstaande moeders. Schoolgeld is geheel afhankelijk van donaties. De school ligt in een voedselbos, dat een onderdeel is van de grote plantage waar kokosnoten, mango’s, guaves, avocado’s etc., door de kinderen geplukt worden voor de lunch. Er zijn veel kippen en wat koeien, die door de kinderen verzorgd worden. Bijzonder is dat een imam enkele keren per week les komt geven op school, wat betekent dat de leerlingen niet -zoals door de overheid verplicht is- naar de koranschool hoeven. Sinds ze doorgegroeid zijn naar de 12e klas behalen de leerlingen voor het staatsexamen de hoogste eindexamenresultaten van het eiland. Een groot succes voor deze vreemde eend in het dogmatische onderwijs van Zanzibar, waar jongens en meisjes gescheiden les krijgen.

 

 In het zuiden van Malawi ontstaat de Kuphunzitsa Waldorf School. Een klein weeshuis voor 17 kinderen is de basis van de school. Uit de arme boeren gemeenschap rondom komen zo’n 50 kinderen meedoen met het “schooltje” dat daar op het open veld gehouden wordt door een stel heel enthousiaste mensen. Stoelen of tafels zijn er nog niet, maar wel een schoolbord dat ingeklapt kan worden. Extra aantrekkelijk maken de bordjes rijst het om mee te doen. Via het IHF is de school geadopteerd door de Hekima Waldorf School uit Dar es Salaam in Tanzania. Ervaren leraren uit die school kwamen dit jaar twee maal twee weken om het hele team (zes leraren) op te leiden.     

 

Voor alle leraren aan de 15 scholen geldt dat ze hun opleiding in de Waldorfpedagogie krijgen aan de EATT: East African Teacher Training. Deze opleiding op het terrein van Rudolf Steiner School Mbagathi duurt drie jaar. Elk jaar zijn er drie cursussen (Modulen) van twee weken. Na deze negen Modulen een tiende Module in de eigen school waar ook het eindexamen plaats vindt onder leiding van een mentor, een leraar uit EATT. Elke gemiste module moet ingehaald worden.  

Dit jaar waren er 42 studenten: 25 voor de opleiding lagere school en 17 voor de kleuteropleiding.

 

Het doel van de opleiding is: het cultiveren van een steunende omgeving waar leraren zich gesterkt voelen, vertrouwd met en verbonden met de grotere missie van de opvoeding van het kind in het licht van de antroposofie. 

Een belangrijk onderdeel is het mentorschap. Dit houdt in dat er drie werkstukken gemaakt worden. De student wordt hierbij het laatste jaar begeleid door een meer ervaren leraar van de eigen school. Belangrijke onderdelen zijn: kennis van het curriculum, studie van de antroposofie, praktische scholing als activiteiten in het lokaal, lesplanning, zelfeducatie, persoonlijke groei en artistieke ontwikkeling. Er is veel aandacht voor de praktische en kunstvakken, daarnaast ook voor biologisch-dynamisch tuinieren, euritmie en Afrikaanse dans. 

 

De mentor is rolmodel gedurende de opleiding van de leraar. Hij of zij moet bemoedigen en stimuleren, niet beoordelen. Sleutelactiviteiten zijn daarbij conversaties met de klas, omgaan met dag- en seizoensritmen,  bemoedigen van zelfinzicht, praktische tips en toepassen van elementen uit de eigen cultuur. 

 

Wat me raakt in de whatsapp mails die ik van de studenten krijg is hun dankbaarheid voor de kansen die ze door de opleiding hebben gekregen. Ze merken na elke module hoe ze groeien in hun beroep als leraar en ze zijn gretig om het geleerde direct in hun lessen toe te passen. Ze vertellen me  hoe hun leven totaal veranderd is. Ze maken hier kennis met andere culturen en sluiten vriendschappen met mensen met heel andere leefgewoonten. En wat ik meermaals te lezen krijg: is de opmerking: weet je wat ik het leukste vind? Dat de leraren van het EATT allemaal zwart zijn!!!

Dit is zeker ook een opsteker voor de Europeanen die zoveel jaren gewerkt hebben aan deze prachtige opleiding en de syllabussen hebben gemaakt.

 

Voor het IHF is de opleiding dan ook het speerpunt van de besteding van de donaties.

Maar zoals altijd zijn er ook nadelen. De scholen liggen soms wel erg ver van Nairobi af en de vluchten zijn in Afrika nog duurder dan in Europa. Voor het IHF betekent dat; wikken en wegen en soms teleurstellen. Een retourtje Dornach, (waar iedereen heen wil!) kost 850 euro, entree 350 euro.  

De scholen hebben zich verenigd in de East African Waldorf Association. De conferenties die georganiseerd worden, worden graag bezocht, juist om de vrienden van de opleiding weer te ontmoeten. Dit geldt ook voor de All African Antroposophic Training (AAAT), die elk jaar in een ander Afrikaans land gehouden wordt. Afgelopen jaar kwamen er mensen uit 17 landen naar de AAAT in Namibië. 

Antroposofie en Waldorfpedagogie zijn zeker aan Oost-Afrika besteed!

Geschreven door: Reiny Jobse van het Internationaal Hulpfonds

r.jobse@internationaalhulpfonds.nl

 

 

Geplaatst op

 Directiewissel

 
“Vanaf 1 april zwaai ik af als directeur/bestuurder van BVS-schooladvies om als opleidingsmanager van de Vrijeschool pabo, de opleiding docent muziek en de opleiding dans/euritmie van Hogeschool Leiden te gaan werken. Ruim zes jaar heb ik met ontzettend veel plezier gewerkt aan het versterken, verbeteren en verdiepen van vrijeschoolonderwijs. Ik heb me verbaasd over de wendbaarheid, de innovatiekracht van BVS en de beweeglijkheid van zowel alle vaste medewerkers als de kring van zzp-ers die aan BVS verbonden zijn. Een inspirerend gezelschap dat ik uiteraard ga missen.
Dankbaar ben ik voor alle scholen, die ingewikkelde vragen stelden, onmogelijke kwesties voorlegden en steeds gepassioneerd aan hun vrijeschoolonderwijs wilden werken. Dankbaar omdat zoveel scholen mijn leermeester werden, door samen op avontuur te gaan. We stapten het ongewisse in, opzoek naar richting. En de horizon veranderde steeds tijdens onze tocht. Dankbaar voor de bezieling waarmee vrijeschoolonderwijs vorm kreeg tijdens onze reis. Bezieling waar zoveel nood aan is in een nogal verwarrende samenleving. Dankbaar voor de kinderen en pubers die in mijn voorbijgaan moeite namen een praatje te maken en soms ongewild een glimp van hun binnenkant toonden.
 
Blij ben ik om het stokje vanaf 1 april aan Hans Passenier, van wie ik zes jaar geleden het stokje overnam,  weer over te dragen. Hij is tot de zomervakantie directeur/bestuurder van BVS. “
 
Elard Pijnaken
 
“Vanaf 1 april ben ik gestart met de opvolging van Elard. Fantastisch om te zien wat er allemaal gebeurd is en nog staat te gebeuren. Ik hoop spoedig met iedereen weer contact te hebben vanuit mijn rol als interim directeur/bestuurder. Ik zie er naar uit om mijn steentje bij te dragen aan de versterking van het vrijeschoolveld voor een korte periode.” 
Hans Passenier 
Geplaatst op

BVS gaat verhuizen!

BVS gaat op 1 juli 2026 verhuizen. Samen met de Vereniging van Vrijescholen en de Antroposofische Vereniging, verhuist BVS-schooladvies naar de Villa op landgoed de Reehorst te Driebergen, Hoofdstraat 20.
 
Hiermee wordt een lang gekoesterde wens gerealiseerd om de verschillende vrijeschoolorganisaties en antroposofische werkvelden onder één dak met elkaar te verbinden. Naast enkele kantoren, staan er prachtige zalen tot onze beschikking. De Villa ligt in een prachtige omgeving op loopafstand van station Driebergen-Zeist.
 
In 1969 werd dit landgoed aangekocht door professor dr. B.J. Lievegoed (1905-1992). Hij richtte in 1971 de Vrije Hogeschool op die de villa ruim vier decennia als hoofdgebouw gebruikte. In 2015 werd de monumentale villa door brand verwoest en verhuisde de Vrije Hogeschool. Wij hopen dat de inmiddels volledig gerenoveerde Villa een broedplaats voor vernieuwing en verdieping wordt! En hopen je daar komend schooljaar te ontmoeten!
 

Geplaatst op

Vacature leden Raad van Toezicht

BVS-schooladvies is op zoek naar een nieuw lid voor de Raad van Toezicht met focus op financiën. Sinds september 2010 is BVS-schooladvies een organisatie met een Raad van Toezicht (RvT). De RvT bestaat uit vier leden, waarvan er twee zullen vertrekken. We zijn nu op zoek naar nieuwe leden die hen willen opvolgen en willen meedenken op strategisch niveau en toezicht willen houden op het bestuur.

Lees hier onze vacature

Je kunt je reactie sturen naar admin@bvs-schooladvies.nl t.a.v. Sandra Nederlof, uiterlijk 1 mei 2026.

Geplaatst op

Praktijkgerichte programma’s op de vrijeschool

I.v.m. een beleidswijziging rondom praktijkgerichte programma’s hebben we een werkgroep opgericht die twee jaar gewerkt heeft aan een stappenplan om met deze programma’s het (vrijeschool)onderwijs te versterken binnen de vrijeschool. Het praktijkgerichte vak is een examenvak in de gemengde en theoretische leerweg (gl en tl) van het vmbo vanaf schooljaar 2024-2025. Ook binnen de havo mogen scholen starten met het praktijkgerichte programma vanaf schooljaar 2026-2027. Scholen kunnen ervoor kiezen om één of meer praktijkgerichte programma’s aan te bieden binnen deze leerwegen. In dit stappenplan geven we aan op welke wijze passend bij de eigen context een Praktijkgericht Programma Persoonswording (PGPPW) vorm kan krijgen.

Dit stappenplan biedt scholen de mogelijkheid om het curriculum te herzien vanuit meer praktijkgericht onderwijs. BVS-schooladvies (BVS) begeleidt scholen in dit proces van inrichten, implementeren en borgen binnen de school.

De werkgroep is ondersteund door de vrijeschoolbesturen en bestond uit een aantal docenten en leidinggevenden die kartrekker waren van dit programma binnen hun school.

Dit stappenplan is voor leidinggevenden en projectleiders die bezig zijn met onderwijsvernieuwing binnen de school.

BVS-schooladvies ondersteunt bij het integreren van praktijkgerichte programma’s in het vrijeschoolonderwijs. We onderzoeken per school hoe het in te passen is en begeleiden de fases van implementatie en borging. 

Meer informatie? Lees meer op onze website of neem contact op met Ninke Beunk.

 

 

Geplaatst op

Misschien wisten zij alles

Gisteren was er een open ochtend bij ons op school.
Voor het eerst geen ochtend vol peuters met grote ogen en ouders die dromen van de eerste schooldag.
Maar een open ochtend met ouders van kinderen uit hogere klassen. Zij-instroom. Heel veel zij-instroom.

Verschillende scholen. Verschillende verhalen.
En toch… hetzelfde geluid.

De druk is te hoog.
Prestatiedruk.
De resultaten voor rekenen en taal moeten omhoog,
Het tempo van de dag, van de lessen, van de verwachtingen.
Efficiënte leertijd. Geen ruimte om te verslappen. Geen ruimte om te vertragen. Geen ruimte om werkelijk kind te zijn. 

En wat er dan overblijft;  de creatieve vakken, het maken, het bewegen, het verbeelden, verdwijnt steeds verder naar de randen. Bijzaak geworden. Iets voor als er tijd over is.

Gisteravond zit ik aan tafel bij een presentatie van het samenwerkingsverband.
Vorig schooljaar zaten 27 kinderen thuis, uitgevallen.
Dit schooljaar  (en het is pas januari) al bijna het dubbele.

Een paar maanden geleden stond ik, op uitnodiging van een ander bestuur, een lezing te geven over sturen op een goed pedagogisch klimaat.
In beide bijeenkomsten hoor ik hetzelfde spanningsveld terug:
We bewegen richting inclusiever onderwijs, en tegelijkertijd lijken de extremen groter te worden. Complexere hulpvragen. Moeilijk hanteerbaar gedrag. Agressie van ouders. Meer uitval.

En dan zegt iemand terloops:
“Ach ja, wij hebben ook wel eens dreiging gehad van zwaar geweld, maar ach… misschien zijn we hier in deze regio niet zoveel gewend.”

Ik blijf erop hangen.
Is dit berusting?
Vermoeidheid?
Beroepsdeformatie?
Of is dit wat we inmiddels normaal zijn gaan vinden?

En waarom voelt het soms alsof ik de enige ben die zich hier niet bij neer wil leggen?

Zou er een verband zijn?

Wat vragen deze kinderen, onze kinderen, in deze tijd eigenlijk van ons?

We spreken vaak over een tijd van verandering.
Maar misschien leven we eerder in een verandering van tijdperk zoal Jan Rotmans dit omschrijft. 
En misschien zijn dit de stuiptrekkingen van een systeem dat op zijn grenzen loopt?

De vraag is niet meer of het anders moet.
De vraag is of we het inmiddels erg genoeg vinden om écht anders te durven gaan doen.

Misschien zit de kern ook wel in ons taalgebruik?
We spreken over maatschappij; een woord dat al snel economisch wordt ingevuld: rendement, output, effectiviteit.
Wat als we het weer durven hebben over samenleving?

Wat als we opnieuw vertrouwen dat niet alles wat waardevol is, direct meetbaar hoeft te zijn?
Dat kinderen soms iets mogen leren om het later weer even te vergeten,
in het vertrouwen dat het ergens onderweg zijn werk doet.

Misschien hoeven kinderen niet steeds beter te presteren op korte termijn.
Misschien mogen ze zich weer ontwikkelen tot evenwichtige mensen.
In verbinding met zichzelf.
Met de ander.
Met de wereld.

En misschien, heel misschien, is dat precies waar goed leiderschap van vandaag begint:
misschien niet bij nóg een interventie,
maar bij het blijven stellen van deze vragen.

Hardop 
En Samen. 

Amanda van der Tuuk 

*Naar de titel van mijn favoriete kinderboek.

Amanda van der Tuuk schreef aan de hand van onze opleiding schoolleider op een vrijeschool, deze column.

Wil je meer weten over de schoolleidersopleiding voor vrijeschoolonderwijs? Kom dan naar onze gratis voorlichtingsbijeenkomst. Hier vind je ook meer informatie en kun je je inschrijven voor de opleiding zelf.

Geplaatst op

Halen we alles uit het periodeschrift?

Leerlingen produceren elke drie weken een periodeschrift. Een gemiddelde leerling in het VO schrijft er al snel een zestigtal tijdens zijn schooltijd. Er wordt veel tijd en aandacht aan besteed, door leerlingen èn docenten. Maar halen we er alles uit wat eruit te halen valt? Past de vorm nog bij deze tijd? Wij geloven dat de verwerking van de periodestof interessanter en doelmatiger kan. Kunnen we leerlingen beter stimuleren in hun wilsontwikkeling, door hen meer autonomie in de verwerking te geven?

 

Op maandag 2 februari verzorgden Holden Lievestro en Jeanneke Brosky en ook oudgediende Paul van Meurs een webinar om met docenten PO en VO dit vraagstuk verder te verkennen. De grote groep van rond de 80 deelnemers liet zien dat het onderwerp breed leeft. Dit stimuleert ons om verder te gaan met dit onderwerp. In dit artikel delen we alvast wat elementen uit het webinar. In onze werkgroepen op de conferentie Het wekken van de wil op 8 juni 2026 werken we deze verder uit.

 

Heeft Steiner een bedoelding gehad met het periodeschrift? Frappant genoeg vonden wij, noch ons netwerk, noch de deelnemers aan het webinar in zijn werk iets over het gebruik van een schrift. We veronderstellen dat het in die tijd simpelweg de gangbare manier was om stof te verwerken. Uiteraard heeft de tijd geleerd dat er allerlei positieve effecten van deze werkvorm op het leerproces zijn, toen maar ook tegenwoordig. Bijvoorbeeld het je de stof eigen maken door er zelf woorden aan te geven en het beter onthouden doordat je schrijft. Over de bedoeling van het periodeschrift werd tijdens het webinar dan ook het verwerken van de leerstof – al dan niet op kunstzinnige of eigen wijze – het meest genoemd. 

 

Uit de korte groepsgesprekken bleek dat er op dit moment een grote variatie is in de kwaliteit van de periodeschriften, zowel in vorm als in inhoud. Sommige schriften bestaan uit overschrijfwerk (van het bord, de beamer of een medeleerling), andere schriften kennen veel meer eigenheid. Het lijkt vaak sterk van de docent afhankelijk wat er met het schrift gebeurt. Het geven van meer autonomie aan de leerlingen in het kiezen van een eigen verwerking, vraagt van de docent om los te kunnen laten, wat velen ervaren als een spannend proces is. Steun van collega’s en een gezamenlijke aanpak daarbij is ondersteunend en stimulerend. 

 

Docenten zien veel mogelijkheden en kansen die het periodeschrift biedt. Van meer afwisseling en differentiatie tot het oefenen van executieve vaardigheden en het inzetten van digitale middelen. Een greep uit de genoemde alternatieve verwerkingsvormen: een boekendoos, lapbook, podcast, film, poster, harmonicaboekje, schema’s, tekeningen, woordspin, strip en een stappenplan. Als stip op de horizon zagen wij een leerlijn periodeschrift van klas 1 tot en met klas 12 passend bij de verschillende leeftijdsfases. 

 

De tijd lijkt rijp om het periodeschrift kritisch onder de loep te nemen. Wij werden enthousiast om met dit thema verder te gaan. Jij ook? Je kunt je aanmelden voor de werkgroepen Waar blijft het periodeschrift op de conferentie (er komt een PO- en een VO-groep), maar we willen ook een landelijke werkgroep oprichten die een paar keer bij elkaar komt om ervaringen te delen en wellicht tot een publicatie te komen. 

 

Wil je op school ook aan de slag met de rol van het periodeschrift in het periodeonderwijs? We verzorgen trainingen en begeleidingen op maat. Neem contact met Holden Lievestro of Jeanneke Brosky.

Geplaatst op

Vacature Schoolpsycholoog/Orthopedagoog

We zoeken per 1 mei 2026 een enthousiaste

schoolpsycholoog/orthopedagoog

met passie voor vrijeschool)onderwijs! 

Vind je het een uitdaging om als schoolpsycholoog te werken, met hart voor het vak en met affiniteit voor vrijeschoolonderwijs? Word je enthousiast voor handelingsgericht werken en het formuleren van passende adviezen zodanig dat je een positieve bijdrage kunt leveren aan de ontwikkeling van het kind… de klas… het onderwijs? Wil je daarbij naar het hele kind kijken, vanuit een breed perspectief en samen met school en de ouders zoeken naar duurzame, passende oplossingen? 

Dan willen wij graag kennis met je maken!

Wij hebben als missie om kennis te delen en mensen te verbinden. We zetten ons in voor kwalitatief hoogstaand hedendaags vrijeschoolonderwijs en werken met een klein gemotiveerd team van schoolpsychologen en onderwijsadviseurs om onze idealen te realiseren.

Op dit moment zoeken wij vakbekwame orthopedagogen/psychologen 

  • die handelingsgerichte diagnostiek kunnen doen met kennis van de vrijeschoolpedagogiek
  • die landelijk willen werken, met waarschijnlijk meer werk in het westen en zuiden van het land.

De taken omvatten handelingsgerichte diagnostiek in de brede zin, waarbij we preventief en duurzaam willen werken door intensief met scholen en ouders samen te werken.

Wat vragen wij van jou?

  • Je beschikt over een afgeronde WO-opleiding (Ortho)Pedagogiek of Psychologie, met een diagnostiek aantekening. Een afgeronde opleiding tot Schoolpsycholoog of postacademische nascholing K&J / OG strekt tot de aanbeveling.
  • Je bent op de hoogte van de laatste ontwikkelingen in het onderwijsveld.
  • Je bent analytisch en communicatief vaardig. Daarnaast beschik je over een oplossingsgerichte en zelfstandige werkhouding.
  • Je kunt doelgericht werken en bent initiatiefrijk, goed in plannen en organiseren. 
  • Je hebt bij voorkeur ervaring/affiniteit binnen het vrijeschoolonderwijs.

Wat bieden wij jou?

  • Enthousiaste collega’s met hart voor het vak en het vrijeschoolonderwijs.
  • Een dienstverband per 1 mei 2026 voor twee dagen in de week (0,4 fte).
  • Mogelijkheden om jezelf te ontwikkelen binnen ons bedrijf en specifiek binnen de psychologentak.
  • Binnen je aanstelling heb je veel vrijheid om je werk te plannen.
  • Secundaire arbeidsvoorwaarden: reiskosten- en telefoonvergoeding en resultaatdeling

Gelieve je reactie te sturen naar Elard Pijnaken op e.pijnaken@bvs-schooladvies.nl voor 1 maart 2026.