Geplaatst op

Regenboog Train de trainer in Vilnius, Litouwen.

Winterwierook („Žiemos smilkalai“)

De zoete smaak verwarmt de keel,
Buiten vallen de bladeren,
Naast me brandt een winterlamp,
Herfstavond – vol kleine geneugten.

De stoel wiegt zacht, de geur van koffie,
Een kat ligt op schoot en spint,
Zich koesterend in huiselijke vrede,
En in de oven fluistert het vuur zachtjes.

Op tafel ligt een opengeslagen boek,
De letters slingeren sierlijk, subtiel,
Oude liednoten verbergen zich ertussen,
En rondom dwaalt de geur van winterwierook.

Wanneer de avondwind de kaarsen dooft
En rijp het raam van het huis siert,
Dansen twee sneeuwvlokken dicht bijeen,
En de koude winteromhelzing wikkelt zich in stilte.

~ Elena Kuchailytė

 

Het waren gouden dagen in Vilnius, Litouwen, drie dagen voor de herfstvakantie. We waren te gast op de Vilniaus Valdorfo Mokykla, een van de vrijescholen van de hoofdstad van Litouwen. Een plan dat geboren was uit de banden die er al jaren zijn met de scholen in de Baltische Staten. De wens leefde er om kennis te maken met de regenboogaanpak en te bekijken op welke wijze er zoveel mogelijk scholen mee in aanraking zouden kunnen komen.

 

De vraag vanuit de scholen was: “Kunnen jullie in drie dagen de Training Regenboog Train de trainer verzorgen zodat we in onze eigen klassen ermee aan het werk kunnen en we de regenboogaanpak kunnen verspreiden onder de teams van onze scholen?” Onderliggend was er ook de wens om door het werken aan de regenboogaanpak ook te werken aan het ontwikkelen van de schoolteams in communiceren en dan vooral; hoe spreek je je op een goede manier uit; hoe lukt het ons om onze stem te laten horen?

 

Uiteindelijk namen 47 deelnemers uit Estland, Letland en Litouwen deel aan de driedaagse training, die werd verzorgd door onze adviseurs Lisette Stoop, Annechien Wijnbergh, Lonneke Kromhout, samen met Christine Cornelius.

 

Tijdens deze drie dagen hadden we als trainers de kans om elkaar aan het werk te zien. Zo konden we onze eigen en elkaars werkwijze verfijnen en de samenhang tussen de verschillende onderdelen van Regenboog vergroten. Daarnaast is het inspirerend om mensen uit een andere cultuur te ontmoeten. Zo brachten de aanwezigen met hun wat grotere gereserveerdheid en mindere directheid ons rust en kalmte. En wij brachten met onze cultuur openheid, directheid en humor. Dat verrijkt de ontmoeting en je werk. En het mooiste resultaat is dat de aanwezigen nu zelf in hun klas de Regenboog lessenserie kunnen verzorgen.

 

We startten om 9.00u met zingen; Lisette nam de hele groep in een mooie stroom mee met een prachtig lied waarna Annechien de eerste lezing in het Engels voor haar rekening nam. We hadden afgesproken dat deelnemers elkaar konden helpen met vertalen en dat gold ook voor ons drieën; we hielpen elkaar waar nodig met de taal. Onze samenwerking is een van de elementen die deze reis zo’n gouden rand gaf; het ging zo vanzelfsprekend en makkelijk. Elkaar aanvullen, de programmaonderdelen prettig verdelen, ter plekke wijzigingen maken in het programma als dat nodig was, veel plezier hebben samen. Later kregen we van een aantal kanten terug dat deze samenwerking en het mogen zoeken naar de juiste manier om iets te zeggen, van groot belang is geweest voor de deelnemers. Het gaf hun het voorbeeld waar ze naar op zoek waren; hoe neem je een plek in met respect voor de ander en voor je eigen leerproces.

 

De eerste dag stond in het teken van de leerkrachtvaardigheden. Na de lezing van Annechien over de regenboogcirkel gingen we aan de slag met oefeningen uit het leerkrachtenspel en de opbouw van de onderdelen van dit spel. Tussendoor steeds koffie en theepauze en een warme lunch in de kantine van de school waar elke dag warm eten wordt geserveerd voor de kinderen en de leerkrachten. De leerlingen waren gewoon op school, dus het was qua programma goed kijken wanneer je wat kon doen maar dit werd tot in de puntjes door Laura (leerkracht Engels in Vilnius) geregeld. Leuk om de leerlingen zo door de school te zien gaan, de 12de klassers waren bezig met een tentoonstelling op te bouwen van hun eindwerkstukken wat een speciale sfeer in de school bracht. De school heeft 12 klassen, van klas 1 t/m 12, enkelstromig. In de pauzes zie je de leerlingen gemengd met elkaar aan het spelen; er staat bijvoorbeeld een tafelvoetbal en daar staan kinderen uit verschillende klassen omheen, heel gezellig om te zien. De 12de klassers die ik sprak vertelden me graag over hun eindwerkstukken; die bestaan allemaal uit een praktisch en een theoretisch deel.

Het gedicht bovenaan dit stuk is met toestemming van de schrijfster geplaatst. Ze had haar gedichten opgenomen op een cassettebandje en die kon je daar afluisteren. De vertaling doet niet helemaal recht aan de ervaring het te horen in het Litouws.

 

Na de eerste dag gaven we drie facultatieve workshops wat wel veel was na een hele dag aan de slag geweest te zijn maar ook waardevol om in een kleiner groepje aan het werk te gaan.

 

De tweede dag stond in het teken van het kinderspel. De deelnemers kregen uitleg over de categorieën en uiteraard gingen we weer aan de slag met allerlei voorbeelden. Bij het invullen van de klassenscan werd de taalbarrière zichtbaar; voor de deelnemers die goed Engels spraken was dit makkelijker dan voor anderen. Maar ook hier hielpen ze elkaar en kon iedereen er toch mee aan de slag. Ook deze dag sloten we af met de drie workshops.

Op dag drie hadden de deelnemers na de lezing en twee voorbeelden van verhalen genoeg bouwstenen om zelf aan de slag te gaan met het ontwerpen van lessen. Mooi om te zien welke eigen elementen er werden toegevoegd aan de verhalen en de spelen. We misten op deze dag de bel van de school. De vorige dagen werd ons programma steeds ‘onderbroken’ door de ‘bel’ die door de luidsprekers de zaal in kwam; een (vrij lang) stukje uit een compositie van een bekende Litouwse componist Ciurlionis, iedere keer weer een zowel bevreemdende als grappige ervaring.

 

Om half vier sloten we de drie trainingsdagen af met een aantal prachtige liederen die we hen geleerd hadden en deden we mee met een typisch Litouws vraag-en-antwoordlied, geleid door Emilya, een van de leerkrachten van de school. Daarna moesten we veelvuldig op de foto met deelnemers uit de verschillende landen en namen we afscheid.

 

Bijzonder om in zo’n korte tijd je helemaal thuis te voelen in een onbekend land. We voelden allemaal de stroom die in gang werd gezet, en die hopelijk gaat groeien. Vanuit veel kanten is de wens uitgesproken om vervolg te geven aan deze impuls, er zijn plannen voor komend jaar, maar dan in op de school in Adazi, Letland.

Geplaatst op

Update kerndoelen en leerlijnen: waar staan we nu?

De ontwikkelingen rondom de definitieve en concept-kerndoelen zijn volop in beweging. Op dit moment komt er steeds meer duidelijkheid over de implementatie van de nieuwe kerndoelen. Op de website van OCenW wordt dit visueel weergegeven.

 

De definitieve concept kerndoelen Nederlandse taal en rekenen-wiskunde gaan per augustus 2026 in. Alle andere kerndoelen gaan per augustus 2027 in (zie ook SLO.nl). Dit betekent dat scholen vanaf dan aan de slag kunnen met het implementeren van de nieuwe kerndoelen. Op het stroomschema van OCenW is zichtbaar dat pas vanaf augustus 2031 toezicht wordt gehouden op de nieuwe kerndoelen door de inspectie. Dat is dus ook het moment waarop scholen alle nieuwe kerndoelen geïmplementeerd moeten hebben.

Op de achtergrond is BVS bezig met het herschrijven van de leerlijnen voor taal en rekenen. De andere vakgebieden volgen hierna. We volgen de ontwikkelingen bij het SLO en OCenW rondom de publicatie van concretisering van de kerndoelen en de aanpassing van de referentieniveaus op de voet.

Wat gaat er veranderen?

Voor rekenen geldt dat er een grote wijziging in de doelenset aankomt. Er wordt gewerkt aan meer duidelijkheid en overzicht voor doelen die in het periodeonderwijs aangeboden kunnen worden. Daarin zijn inhoudelijke rekendoelen opgenomen, maar ook aanbod rondom denk- en werkwijzen, wiskundeattitude en rekenen in de wereld. Ook onderzoeken we mogelijkheden om duidelijkheid te geven over welke doelen in het grote onderhoud van rekenen (de oefentijd) zouden moeten worden opgenomen. Dit doet BVS in samenwerking met docenten van de Vrijeschool Pabo, zodat studenten en leerkrachten in het veld straks met een eenduidige doelenset voor rekenen te maken krijgen.

Voor taal is een nieuwe indeling van de kerndoelen in de maak, waarbij de samenhang tussen de verschillende taaldomeinen en de onderliggende leerlijnen centraal staan. In de conceptkerndoelen die er nu liggen zijn drie grote domeinen te onderscheiden: communicatie, taal en literatuur.

 

De leerlijnen zoals we die nu in de vrijescholen gebruiken kennen een andere verdeling: we onderscheidden tot nu toe (technisch en begrijpend) lezen, schrijven van teksten en spelling. Deze bestaande lijnen krijgen een update waarbij we geen grote wijziging verwachten. Mondelinge taal krijgt een prominentere plek binnen de kerndoelen en zal daarom in een eigen leerlijn uitgewerkt worden om ons aanbod op alle nieuwe kerndoelen goed dekkend te maken. Op dit moment verkennen we deze aanpassingen samen met taalspecialisten, zowel binnen BVS als landelijk met SLO.

STAND VAN ZAKEN

We zijn gestart met de voorbereidingen en verwachten in november de leerlijnen van SLO te ontvangen (zoals gecommuniceerd door het SLO in juni 2025). Of dit daadwerkelijk lukt, is nog even afwachten. In het najaar van 2025 hopen we meer duidelijkheid te hebben over de uitwerking die het SLO maakt van de taal- en rekenleerlijnen.

 

Voor vragen over kerndoelen en leerlijnen: Contact: Annechien Wijnbergh en Gerben Deenen

 

Beeld: Vrijescholen.nl

 

Geplaatst op

Column – De Stille Ik

Klaas Danhof schreef in het kader van zijn deelname aan onze opleiding Vrijeschoolpedagogie voor VO-docenten een column; een reflectie op zijn docentschap.

Overal hoor ik geluiden, 
Kinderen spelen, auto’s komen langs.
Vandaag komt de stille ik naar boven.
De ik, die in een hoekje zit,
stil, geruisloos en alles om zich heen bekijkt.
De ik, die alles observeert, alles voelt
en alles merkt.
Niet de ik, die dan meespeelt,
en gewoon alles dan vergeet.
Die ik, nee, die is nu even weg.
Vandaag komt de stille ik naar boven.
Maar de oude, komt snel weer terug.

Nee, dit gedicht heb ik zelf niet geschreven.
Het is een gedicht geschreven door een leerling, een 1e klasser,  ‘van voor mijn tijd’.
De leerling was eerder op school dan dat ik er leraar was.
Dat is dus in ieder geval van voor 2007.
Het gedicht hangt in ons gebouw aan de Asch van Wijckskade in Utrecht. 
Ik heb het al talloze keren gelezen en het blijft me aantrekken. 
De woorden van deze onbekende leerling inspireren mij, intrigeren mij. 
De leerling is al lang vertrokken, haar ideeën leven voort in het gebouw. 
Hoeveel leerlingen hebben al hun sporen nagelaten in de school?
Tastbaar of onzichtbaar.
En hoe werkt dat andersom? 
Wat laten wij achter in het leven van de leerling?

Beukennoot, 
Kastanje, 
Paardenbloem, 
Pollen in de lucht.
Wie zijn de bijen in dit verhaal?
Waar is de honing?
En hoe komt zij tot stand?

Klaas Danhof

 

Geplaatst op

Dilemma’s over inclusie op een VO-school in Amsterdam Nieuw-West

Schoolleider van Comenius Lyceum Amsterdam Freek op ’t Einde schrijft over inclusie op zijn school: “Na elf jaar werkzaam te zijn geweest binnen het voortgezet vrijeschoolonderwijs werk ik nu op een school in Amsterdam Nieuw-West, het Comenius Lyceum. Nieuw-West en denk dan aan de regio Slotervaart en Osdorp, is ontworpen in de jaren ’20 en gebouwd in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Het schoolgebouw is ontworpen door katholieke architecten. Je kunt de processie van de Christus op de binnenplaats nalopen. Ernaast stond een kerk. Dus kon je zo doorlopen, bijna binnendoor, voor de kerkdienst op Christelijke feestdagen.
 
Maar die tijd is voorbij. In Amsterdam wonen 130 nationaliteiten. Je spreekt over een meerderheid van minderheden. Dus geen groep is echt in de meerderheid. Alleen gaan de groepen bij elkaar wonen. Dus de mensen met een niet-Europese migratieachtergrond in Zuidoost en Nieuw-West. De mensen met een Europese migratieachtergrond in Zuid, West en Oost.
 
Als school heb je de opdracht om mensen van verschillende kijkrichtingen elkaar te laten ontmoeten. Ik vond dat in mijn vrijeschool-tijd lastig omdat dat toch veelal ‘witte’ scholen zijn. Maar hier op het Comenius hebben nagenoeg alle leerlingen een Marokkaanse of Turkse achtergrond. De autochtone leerlingen die in dit stadsdeel wonen pakken de metro naar Amsterdam Zuid. Is dat een probleem? Niet direct voor de leerlingen. Uit onderzoek blijkt dat jongeren graag op een school zitten met een vergelijkbare populatie als zijzelf. Dus dat klopt dan op het Comenius. Iedereen kan zichzelf zijn. Al het eten is altijd halal, de Romereis is niet vanzelfsprekend (veel meisjes moeten een machram mee) dus bedenken we een andere reis voor hen, twee gebedsruimtes, rekening houden met de Ramadan, viering van de Iftar, enzovoorts. Maar de ontmoeting moeten we organiseren. Dat doen we in een uitwisselingsproject met een meer witte school in Amsterdam-Noord. We hoeven geen internationaliseringsproject te beginnen met een school in Portugal, want een paar kilometer verderop is het leven al weer heel anders dan in Nieuw-West.
 
Ergens heb ik steeds heimwee naar de vrijeschool en merk dat de kennis over het onderwijs, de kijkrichting van Rudolf Steiner, dagelijks ook toepasbaar is in Nieuw-West. Een prachtige onderzoeksvraag is of er midden in een wijk als deze ook een vrijeschool gegrond kan worden met de Islam als bron in plaats van de Christusimpuls? Welke feesten vier je dan? Welke liederen zingt het schoolkoor? Waar wordt de subjectificatie/ persoonsvorming zichtbaar? Tijd voor een wilsimpuls? Wie denkt mee?”
 
Freek Op ’t Einde, bereikbaar op f.opteinde@comeniuslyceum.nl