Geplaatst op

Praktijkgerichte programma’s op de vrijeschool

I.v.m. een beleidswijziging rondom praktijkgerichte programma’s hebben we een werkgroep opgericht die twee jaar gewerkt heeft aan een stappenplan om met deze programma’s het (vrijeschool)onderwijs te versterken binnen de vrijeschool. Het praktijkgerichte vak is een examenvak in de gemengde en theoretische leerweg (gl en tl) van het vmbo vanaf schooljaar 2024-2025. Ook binnen de havo mogen scholen starten met het praktijkgerichte programma vanaf schooljaar 2026-2027. Scholen kunnen ervoor kiezen om één of meer praktijkgerichte programma’s aan te bieden binnen deze leerwegen. In dit stappenplan geven we aan op welke wijze passend bij de eigen context een Praktijkgericht Programma Persoonswording (PGPPW) vorm kan krijgen.

Dit stappenplan biedt scholen de mogelijkheid om het curriculum te herzien vanuit meer praktijkgericht onderwijs. BVS-schooladvies (BVS) begeleidt scholen in dit proces van inrichten, implementeren en borgen binnen de school.

De werkgroep is ondersteund door de vrijeschoolbesturen en bestond uit een aantal docenten en leidinggevenden die kartrekker waren van dit programma binnen hun school.

Dit stappenplan is voor leidinggevenden en projectleiders die bezig zijn met onderwijsvernieuwing binnen de school.

BVS-schooladvies ondersteunt bij het integreren van praktijkgerichte programma’s in het vrijeschoolonderwijs. We onderzoeken per school hoe het in te passen is en begeleiden de fases van implementatie en borging. 

Meer informatie? Lees meer op onze website of neem contact op met Ninke Beunk.

 

 

Geplaatst op

Misschien wisten zij alles

Gisteren was er een open ochtend bij ons op school.
Voor het eerst geen ochtend vol peuters met grote ogen en ouders die dromen van de eerste schooldag.
Maar een open ochtend met ouders van kinderen uit hogere klassen. Zij-instroom. Heel veel zij-instroom.

Verschillende scholen. Verschillende verhalen.
En toch… hetzelfde geluid.

De druk is te hoog.
Prestatiedruk.
De resultaten voor rekenen en taal moeten omhoog,
Het tempo van de dag, van de lessen, van de verwachtingen.
Efficiënte leertijd. Geen ruimte om te verslappen. Geen ruimte om te vertragen. Geen ruimte om werkelijk kind te zijn. 

En wat er dan overblijft;  de creatieve vakken, het maken, het bewegen, het verbeelden, verdwijnt steeds verder naar de randen. Bijzaak geworden. Iets voor als er tijd over is.

Gisteravond zit ik aan tafel bij een presentatie van het samenwerkingsverband.
Vorig schooljaar zaten 27 kinderen thuis, uitgevallen.
Dit schooljaar  (en het is pas januari) al bijna het dubbele.

Een paar maanden geleden stond ik, op uitnodiging van een ander bestuur, een lezing te geven over sturen op een goed pedagogisch klimaat.
In beide bijeenkomsten hoor ik hetzelfde spanningsveld terug:
We bewegen richting inclusiever onderwijs, en tegelijkertijd lijken de extremen groter te worden. Complexere hulpvragen. Moeilijk hanteerbaar gedrag. Agressie van ouders. Meer uitval.

En dan zegt iemand terloops:
“Ach ja, wij hebben ook wel eens dreiging gehad van zwaar geweld, maar ach… misschien zijn we hier in deze regio niet zoveel gewend.”

Ik blijf erop hangen.
Is dit berusting?
Vermoeidheid?
Beroepsdeformatie?
Of is dit wat we inmiddels normaal zijn gaan vinden?

En waarom voelt het soms alsof ik de enige ben die zich hier niet bij neer wil leggen?

Zou er een verband zijn?

Wat vragen deze kinderen, onze kinderen, in deze tijd eigenlijk van ons?

We spreken vaak over een tijd van verandering.
Maar misschien leven we eerder in een verandering van tijdperk zoal Jan Rotmans dit omschrijft. 
En misschien zijn dit de stuiptrekkingen van een systeem dat op zijn grenzen loopt?

De vraag is niet meer of het anders moet.
De vraag is of we het inmiddels erg genoeg vinden om écht anders te durven gaan doen.

Misschien zit de kern ook wel in ons taalgebruik?
We spreken over maatschappij; een woord dat al snel economisch wordt ingevuld: rendement, output, effectiviteit.
Wat als we het weer durven hebben over samenleving?

Wat als we opnieuw vertrouwen dat niet alles wat waardevol is, direct meetbaar hoeft te zijn?
Dat kinderen soms iets mogen leren om het later weer even te vergeten,
in het vertrouwen dat het ergens onderweg zijn werk doet.

Misschien hoeven kinderen niet steeds beter te presteren op korte termijn.
Misschien mogen ze zich weer ontwikkelen tot evenwichtige mensen.
In verbinding met zichzelf.
Met de ander.
Met de wereld.

En misschien, heel misschien, is dat precies waar goed leiderschap van vandaag begint:
misschien niet bij nóg een interventie,
maar bij het blijven stellen van deze vragen.

Hardop 
En Samen. 

Amanda van der Tuuk 

*Naar de titel van mijn favoriete kinderboek.

Amanda van der Tuuk schreef aan de hand van onze opleiding schoolleider op een vrijeschool, deze column.

Wil je meer weten over de schoolleidersopleiding voor vrijeschoolonderwijs? Kom dan naar onze gratis voorlichtingsbijeenkomst. Hier vind je ook meer informatie en kun je je inschrijven voor de opleiding zelf.

Geplaatst op

Halen we alles uit het periodeschrift?

Leerlingen produceren elke drie weken een periodeschrift. Een gemiddelde leerling in het VO schrijft er al snel een zestigtal tijdens zijn schooltijd. Er wordt veel tijd en aandacht aan besteed, door leerlingen èn docenten. Maar halen we er alles uit wat eruit te halen valt? Past de vorm nog bij deze tijd? Wij geloven dat de verwerking van de periodestof interessanter en doelmatiger kan. Kunnen we leerlingen beter stimuleren in hun wilsontwikkeling, door hen meer autonomie in de verwerking te geven?

 

Op maandag 2 februari verzorgden Holden Lievestro en Jeanneke Brosky en ook oudgediende Paul van Meurs een webinar om met docenten PO en VO dit vraagstuk verder te verkennen. De grote groep van rond de 80 deelnemers liet zien dat het onderwerp breed leeft. Dit stimuleert ons om verder te gaan met dit onderwerp. In dit artikel delen we alvast wat elementen uit het webinar. In onze werkgroepen op de conferentie Het wekken van de wil op 8 juni 2026 werken we deze verder uit.

 

Heeft Steiner een bedoelding gehad met het periodeschrift? Frappant genoeg vonden wij, noch ons netwerk, noch de deelnemers aan het webinar in zijn werk iets over het gebruik van een schrift. We veronderstellen dat het in die tijd simpelweg de gangbare manier was om stof te verwerken. Uiteraard heeft de tijd geleerd dat er allerlei positieve effecten van deze werkvorm op het leerproces zijn, toen maar ook tegenwoordig. Bijvoorbeeld het je de stof eigen maken door er zelf woorden aan te geven en het beter onthouden doordat je schrijft. Over de bedoeling van het periodeschrift werd tijdens het webinar dan ook het verwerken van de leerstof – al dan niet op kunstzinnige of eigen wijze – het meest genoemd. 

 

Uit de korte groepsgesprekken bleek dat er op dit moment een grote variatie is in de kwaliteit van de periodeschriften, zowel in vorm als in inhoud. Sommige schriften bestaan uit overschrijfwerk (van het bord, de beamer of een medeleerling), andere schriften kennen veel meer eigenheid. Het lijkt vaak sterk van de docent afhankelijk wat er met het schrift gebeurt. Het geven van meer autonomie aan de leerlingen in het kiezen van een eigen verwerking, vraagt van de docent om los te kunnen laten, wat velen ervaren als een spannend proces is. Steun van collega’s en een gezamenlijke aanpak daarbij is ondersteunend en stimulerend. 

 

Docenten zien veel mogelijkheden en kansen die het periodeschrift biedt. Van meer afwisseling en differentiatie tot het oefenen van executieve vaardigheden en het inzetten van digitale middelen. Een greep uit de genoemde alternatieve verwerkingsvormen: een boekendoos, lapbook, podcast, film, poster, harmonicaboekje, schema’s, tekeningen, woordspin, strip en een stappenplan. Als stip op de horizon zagen wij een leerlijn periodeschrift van klas 1 tot en met klas 12 passend bij de verschillende leeftijdsfases. 

 

De tijd lijkt rijp om het periodeschrift kritisch onder de loep te nemen. Wij werden enthousiast om met dit thema verder te gaan. Jij ook? Je kunt je aanmelden voor de werkgroepen Waar blijft het periodeschrift op de conferentie (er komt een PO- en een VO-groep), maar we willen ook een landelijke werkgroep oprichten die een paar keer bij elkaar komt om ervaringen te delen en wellicht tot een publicatie te komen. 

 

Wil je op school ook aan de slag met de rol van het periodeschrift in het periodeonderwijs? We verzorgen trainingen en begeleidingen op maat. Neem contact met Holden Lievestro of Jeanneke Brosky.

Geplaatst op

Vertrouwen in de veerkracht van het kind – noodpedagogiek

 

Voortdurend bereiken ons berichten over gebeurtenissen in de wereld waarin trauma’s kunnen ontstaan. De aanslag met vele doden in Bondi Beach (Australië)  in december 2025, de overstromingen in Kerville (USA) en Mexico in oktober 2025, de bosbranden in Californië in januari 2025. Het zijn enkele voorbeelden van situaties waarbij volwassenen en kinderen door menselijk of natuurlijk geweld getroffen worden. Om in zo’n situatie de weg naar het “normale leven” terug te vinden kost veel kracht. 

 

In de maand oktober vond in Utrecht een eerste tweedaagse module plaats van de “Noodpedagogiek”. Uit Duitsland waren Bernd Ruf en Jorge Schaffer gekomen voor een eerste module. Zij zijn beide werkzaam binnen de organisatie “Notfallpädagogik ohne Grenzen”. Over de hele wereld is deze groep actief in de weken en maanden na zo’n catastrofe. Deze eerste module ging over het fenomeen trauma en hoe zich dat in een dergelijke situatie kan ontwikkelen. Er volgen nog meer van deze modules. 

 

Bernd Ruf verzorgde de lezingen over trauma en de impact van crisissituaties op de ontwikkeling van kinderen en volwassenen. Naast de lezingen werd er veel geoefend, gelachen en vreugde beleefd. Jorge Schaffer leidde op een speelse en kunstzinnige manier oefeningen in die in deze lastige situaties genezend kunnen werken. 

Bij de noodpedagogiek spelen de veerkracht, het zelfgenezend vermogen van zowel kinderen als volwassenen een belangrijke rol. Veel van de oefeningen die wij deden zijn herkenbaar en vertrouwd voor vrijeschoolleraren. Het gaat er wel om met welk doel je die bij welke kinderen in kunt zetten zodat die de veerkracht stimuleren de salutogenese kunnen versterken. 

Dit schooljaar volgen er nog twee modules van deze noodpedagogiek : op 26 en 27 februari gaat het over de werking van traumatische ervaringen in de verschillende levensfasen van kinderen. De derde module binnen dit schooljaar staat op 23 en 24 april op de agenda en heeft “Trauma en spiritualiteit” als thema. 

Voel je je aangesproken en geloof je in de kracht van moed, hoop, veerkracht, vertrouwen en een open hart, dan kun je je nog inschrijven. 

 

Francis van Maris – f.vanmaris@internationaalhulpfonds.nl

Marije Kuijt – kuijt.ma@hsleiden.nl

Meer informatie Noodpedagogie – BVS – schooladvies voor vrijeschool onderwijs PO en VO

Intussen is er zich een groep in Nederland aan het formeren om ook hier deze vorm van pedagogiek ingang te laten krijgen. Wil je meer hierover te weten komen, dan kun je met één van ons contact opnemen. 

 

Geplaatst op

Regenboog Train de trainer in Vilnius, Litouwen.

Winterwierook („Žiemos smilkalai“)

De zoete smaak verwarmt de keel,
Buiten vallen de bladeren,
Naast me brandt een winterlamp,
Herfstavond – vol kleine geneugten.

De stoel wiegt zacht, de geur van koffie,
Een kat ligt op schoot en spint,
Zich koesterend in huiselijke vrede,
En in de oven fluistert het vuur zachtjes.

Op tafel ligt een opengeslagen boek,
De letters slingeren sierlijk, subtiel,
Oude liednoten verbergen zich ertussen,
En rondom dwaalt de geur van winterwierook.

Wanneer de avondwind de kaarsen dooft
En rijp het raam van het huis siert,
Dansen twee sneeuwvlokken dicht bijeen,
En de koude winteromhelzing wikkelt zich in stilte.

~ Elena Kuchailytė

 

Het waren gouden dagen in Vilnius, Litouwen, drie dagen voor de herfstvakantie. We waren te gast op de Vilniaus Valdorfo Mokykla, een van de vrijescholen van de hoofdstad van Litouwen. Een plan dat geboren was uit de banden die er al jaren zijn met de scholen in de Baltische Staten. De wens leefde er om kennis te maken met de regenboogaanpak en te bekijken op welke wijze er zoveel mogelijk scholen mee in aanraking zouden kunnen komen.

 

De vraag vanuit de scholen was: “Kunnen jullie in drie dagen de Training Regenboog Train de trainer verzorgen zodat we in onze eigen klassen ermee aan het werk kunnen en we de regenboogaanpak kunnen verspreiden onder de teams van onze scholen?” Onderliggend was er ook de wens om door het werken aan de regenboogaanpak ook te werken aan het ontwikkelen van de schoolteams in communiceren en dan vooral; hoe spreek je je op een goede manier uit; hoe lukt het ons om onze stem te laten horen?

 

Uiteindelijk namen 47 deelnemers uit Estland, Letland en Litouwen deel aan de driedaagse training, die werd verzorgd door onze adviseurs Lisette Stoop, Annechien Wijnbergh, Lonneke Kromhout, samen met Christine Cornelius.

 

Tijdens deze drie dagen hadden we als trainers de kans om elkaar aan het werk te zien. Zo konden we onze eigen en elkaars werkwijze verfijnen en de samenhang tussen de verschillende onderdelen van Regenboog vergroten. Daarnaast is het inspirerend om mensen uit een andere cultuur te ontmoeten. Zo brachten de aanwezigen met hun wat grotere gereserveerdheid en mindere directheid ons rust en kalmte. En wij brachten met onze cultuur openheid, directheid en humor. Dat verrijkt de ontmoeting en je werk. En het mooiste resultaat is dat de aanwezigen nu zelf in hun klas de Regenboog lessenserie kunnen verzorgen.

 

We startten om 9.00u met zingen; Lisette nam de hele groep in een mooie stroom mee met een prachtig lied waarna Annechien de eerste lezing in het Engels voor haar rekening nam. We hadden afgesproken dat deelnemers elkaar konden helpen met vertalen en dat gold ook voor ons drieën; we hielpen elkaar waar nodig met de taal. Onze samenwerking is een van de elementen die deze reis zo’n gouden rand gaf; het ging zo vanzelfsprekend en makkelijk. Elkaar aanvullen, de programmaonderdelen prettig verdelen, ter plekke wijzigingen maken in het programma als dat nodig was, veel plezier hebben samen. Later kregen we van een aantal kanten terug dat deze samenwerking en het mogen zoeken naar de juiste manier om iets te zeggen, van groot belang is geweest voor de deelnemers. Het gaf hun het voorbeeld waar ze naar op zoek waren; hoe neem je een plek in met respect voor de ander en voor je eigen leerproces.

 

De eerste dag stond in het teken van de leerkrachtvaardigheden. Na de lezing van Annechien over de regenboogcirkel gingen we aan de slag met oefeningen uit het leerkrachtenspel en de opbouw van de onderdelen van dit spel. Tussendoor steeds koffie en theepauze en een warme lunch in de kantine van de school waar elke dag warm eten wordt geserveerd voor de kinderen en de leerkrachten. De leerlingen waren gewoon op school, dus het was qua programma goed kijken wanneer je wat kon doen maar dit werd tot in de puntjes door Laura (leerkracht Engels in Vilnius) geregeld. Leuk om de leerlingen zo door de school te zien gaan, de 12de klassers waren bezig met een tentoonstelling op te bouwen van hun eindwerkstukken wat een speciale sfeer in de school bracht. De school heeft 12 klassen, van klas 1 t/m 12, enkelstromig. In de pauzes zie je de leerlingen gemengd met elkaar aan het spelen; er staat bijvoorbeeld een tafelvoetbal en daar staan kinderen uit verschillende klassen omheen, heel gezellig om te zien. De 12de klassers die ik sprak vertelden me graag over hun eindwerkstukken; die bestaan allemaal uit een praktisch en een theoretisch deel.

Het gedicht bovenaan dit stuk is met toestemming van de schrijfster geplaatst. Ze had haar gedichten opgenomen op een cassettebandje en die kon je daar afluisteren. De vertaling doet niet helemaal recht aan de ervaring het te horen in het Litouws.

 

Na de eerste dag gaven we drie facultatieve workshops wat wel veel was na een hele dag aan de slag geweest te zijn maar ook waardevol om in een kleiner groepje aan het werk te gaan.

 

De tweede dag stond in het teken van het kinderspel. De deelnemers kregen uitleg over de categorieën en uiteraard gingen we weer aan de slag met allerlei voorbeelden. Bij het invullen van de klassenscan werd de taalbarrière zichtbaar; voor de deelnemers die goed Engels spraken was dit makkelijker dan voor anderen. Maar ook hier hielpen ze elkaar en kon iedereen er toch mee aan de slag. Ook deze dag sloten we af met de drie workshops.

Op dag drie hadden de deelnemers na de lezing en twee voorbeelden van verhalen genoeg bouwstenen om zelf aan de slag te gaan met het ontwerpen van lessen. Mooi om te zien welke eigen elementen er werden toegevoegd aan de verhalen en de spelen. We misten op deze dag de bel van de school. De vorige dagen werd ons programma steeds ‘onderbroken’ door de ‘bel’ die door de luidsprekers de zaal in kwam; een (vrij lang) stukje uit een compositie van een bekende Litouwse componist Ciurlionis, iedere keer weer een zowel bevreemdende als grappige ervaring.

 

Om half vier sloten we de drie trainingsdagen af met een aantal prachtige liederen die we hen geleerd hadden en deden we mee met een typisch Litouws vraag-en-antwoordlied, geleid door Emilya, een van de leerkrachten van de school. Daarna moesten we veelvuldig op de foto met deelnemers uit de verschillende landen en namen we afscheid.

 

Bijzonder om in zo’n korte tijd je helemaal thuis te voelen in een onbekend land. We voelden allemaal de stroom die in gang werd gezet, en die hopelijk gaat groeien. Vanuit veel kanten is de wens uitgesproken om vervolg te geven aan deze impuls, er zijn plannen voor komend jaar, maar dan in op de school in Adazi, Letland.

Geplaatst op

Update kerndoelen en leerlijnen: waar staan we nu?

De ontwikkelingen rondom de definitieve en concept-kerndoelen zijn volop in beweging. Op dit moment komt er steeds meer duidelijkheid over de implementatie van de nieuwe kerndoelen. Op de website van OCenW wordt dit visueel weergegeven.

 

De definitieve concept kerndoelen Nederlandse taal en rekenen-wiskunde gaan per augustus 2026 in. Alle andere kerndoelen gaan per augustus 2027 in (zie ook SLO.nl). Dit betekent dat scholen vanaf dan aan de slag kunnen met het implementeren van de nieuwe kerndoelen. Op het stroomschema van OCenW is zichtbaar dat pas vanaf augustus 2031 toezicht wordt gehouden op de nieuwe kerndoelen door de inspectie. Dat is dus ook het moment waarop scholen alle nieuwe kerndoelen geïmplementeerd moeten hebben.

Op de achtergrond is BVS bezig met het herschrijven van de leerlijnen voor taal en rekenen. De andere vakgebieden volgen hierna. We volgen de ontwikkelingen bij het SLO en OCenW rondom de publicatie van concretisering van de kerndoelen en de aanpassing van de referentieniveaus op de voet.

Wat gaat er veranderen?

Voor rekenen geldt dat er een grote wijziging in de doelenset aankomt. Er wordt gewerkt aan meer duidelijkheid en overzicht voor doelen die in het periodeonderwijs aangeboden kunnen worden. Daarin zijn inhoudelijke rekendoelen opgenomen, maar ook aanbod rondom denk- en werkwijzen, wiskundeattitude en rekenen in de wereld. Ook onderzoeken we mogelijkheden om duidelijkheid te geven over welke doelen in het grote onderhoud van rekenen (de oefentijd) zouden moeten worden opgenomen. Dit doet BVS in samenwerking met docenten van de Vrijeschool Pabo, zodat studenten en leerkrachten in het veld straks met een eenduidige doelenset voor rekenen te maken krijgen.

Voor taal is een nieuwe indeling van de kerndoelen in de maak, waarbij de samenhang tussen de verschillende taaldomeinen en de onderliggende leerlijnen centraal staan. In de conceptkerndoelen die er nu liggen zijn drie grote domeinen te onderscheiden: communicatie, taal en literatuur.

 

De leerlijnen zoals we die nu in de vrijescholen gebruiken kennen een andere verdeling: we onderscheidden tot nu toe (technisch en begrijpend) lezen, schrijven van teksten en spelling. Deze bestaande lijnen krijgen een update waarbij we geen grote wijziging verwachten. Mondelinge taal krijgt een prominentere plek binnen de kerndoelen en zal daarom in een eigen leerlijn uitgewerkt worden om ons aanbod op alle nieuwe kerndoelen goed dekkend te maken. Op dit moment verkennen we deze aanpassingen samen met taalspecialisten, zowel binnen BVS als landelijk met SLO.

STAND VAN ZAKEN

We zijn gestart met de voorbereidingen en verwachten in november de leerlijnen van SLO te ontvangen (zoals gecommuniceerd door het SLO in juni 2025). Of dit daadwerkelijk lukt, is nog even afwachten. In het najaar van 2025 hopen we meer duidelijkheid te hebben over de uitwerking die het SLO maakt van de taal- en rekenleerlijnen.

 

Voor vragen over kerndoelen en leerlijnen: Contact: Annechien Wijnbergh en Gerben Deenen

 

Beeld: Vrijescholen.nl

 

Geplaatst op

Column – De Stille Ik

Klaas Danhof schreef in het kader van zijn deelname aan onze opleiding Vrijeschoolpedagogie voor VO-docenten een column; een reflectie op zijn docentschap.

Overal hoor ik geluiden, 
Kinderen spelen, auto’s komen langs.
Vandaag komt de stille ik naar boven.
De ik, die in een hoekje zit,
stil, geruisloos en alles om zich heen bekijkt.
De ik, die alles observeert, alles voelt
en alles merkt.
Niet de ik, die dan meespeelt,
en gewoon alles dan vergeet.
Die ik, nee, die is nu even weg.
Vandaag komt de stille ik naar boven.
Maar de oude, komt snel weer terug.

Nee, dit gedicht heb ik zelf niet geschreven.
Het is een gedicht geschreven door een leerling, een 1e klasser,  ‘van voor mijn tijd’.
De leerling was eerder op school dan dat ik er leraar was.
Dat is dus in ieder geval van voor 2007.
Het gedicht hangt in ons gebouw aan de Asch van Wijckskade in Utrecht. 
Ik heb het al talloze keren gelezen en het blijft me aantrekken. 
De woorden van deze onbekende leerling inspireren mij, intrigeren mij. 
De leerling is al lang vertrokken, haar ideeën leven voort in het gebouw. 
Hoeveel leerlingen hebben al hun sporen nagelaten in de school?
Tastbaar of onzichtbaar.
En hoe werkt dat andersom? 
Wat laten wij achter in het leven van de leerling?

Beukennoot, 
Kastanje, 
Paardenbloem, 
Pollen in de lucht.
Wie zijn de bijen in dit verhaal?
Waar is de honing?
En hoe komt zij tot stand?

Klaas Danhof

 

Geplaatst op

Dilemma’s over inclusie op een VO-school in Amsterdam Nieuw-West

Schoolleider van Comenius Lyceum Amsterdam Freek op ’t Einde schrijft over inclusie op zijn school: “Na elf jaar werkzaam te zijn geweest binnen het voortgezet vrijeschoolonderwijs werk ik nu op een school in Amsterdam Nieuw-West, het Comenius Lyceum. Nieuw-West en denk dan aan de regio Slotervaart en Osdorp, is ontworpen in de jaren ’20 en gebouwd in de jaren ’50 van de vorige eeuw. Het schoolgebouw is ontworpen door katholieke architecten. Je kunt de processie van de Christus op de binnenplaats nalopen. Ernaast stond een kerk. Dus kon je zo doorlopen, bijna binnendoor, voor de kerkdienst op Christelijke feestdagen.
 
Maar die tijd is voorbij. In Amsterdam wonen 130 nationaliteiten. Je spreekt over een meerderheid van minderheden. Dus geen groep is echt in de meerderheid. Alleen gaan de groepen bij elkaar wonen. Dus de mensen met een niet-Europese migratieachtergrond in Zuidoost en Nieuw-West. De mensen met een Europese migratieachtergrond in Zuid, West en Oost.
 
Als school heb je de opdracht om mensen van verschillende kijkrichtingen elkaar te laten ontmoeten. Ik vond dat in mijn vrijeschool-tijd lastig omdat dat toch veelal ‘witte’ scholen zijn. Maar hier op het Comenius hebben nagenoeg alle leerlingen een Marokkaanse of Turkse achtergrond. De autochtone leerlingen die in dit stadsdeel wonen pakken de metro naar Amsterdam Zuid. Is dat een probleem? Niet direct voor de leerlingen. Uit onderzoek blijkt dat jongeren graag op een school zitten met een vergelijkbare populatie als zijzelf. Dus dat klopt dan op het Comenius. Iedereen kan zichzelf zijn. Al het eten is altijd halal, de Romereis is niet vanzelfsprekend (veel meisjes moeten een machram mee) dus bedenken we een andere reis voor hen, twee gebedsruimtes, rekening houden met de Ramadan, viering van de Iftar, enzovoorts. Maar de ontmoeting moeten we organiseren. Dat doen we in een uitwisselingsproject met een meer witte school in Amsterdam-Noord. We hoeven geen internationaliseringsproject te beginnen met een school in Portugal, want een paar kilometer verderop is het leven al weer heel anders dan in Nieuw-West.
 
Ergens heb ik steeds heimwee naar de vrijeschool en merk dat de kennis over het onderwijs, de kijkrichting van Rudolf Steiner, dagelijks ook toepasbaar is in Nieuw-West. Een prachtige onderzoeksvraag is of er midden in een wijk als deze ook een vrijeschool gegrond kan worden met de Islam als bron in plaats van de Christusimpuls? Welke feesten vier je dan? Welke liederen zingt het schoolkoor? Waar wordt de subjectificatie/ persoonsvorming zichtbaar? Tijd voor een wilsimpuls? Wie denkt mee?”
 
Freek Op ’t Einde, bereikbaar op f.opteinde@comeniuslyceum.nl