Geplaatst op Geef een reactie

De nieuwe cursusfolders PO en VO – schooljaar 2021-2022 zijn uit (DD 26-4-2021)

We presenteren met trots ons cursusaanbod voor schooljaar 2021-2022. Als antwoord op de vragen uit het vrijeschoolveld hebben we een aantal nieuwe opleidingen en trainingen ontwikkeld waar we je graag over informeren.

 

Al onze opleidingen en trainingen vinden in één van onze zalen in Utrecht plaats, maar kunnen ook op jouw school worden georganiseerd. Daarnaast kunnen we als de coronacrisis ons daartoe dwingt ons aanbod online of in hybride vorm aanbieden. 

 

Ook lopende het nieuwe schooljaar ontwikkelen we nieuw aanbod ingegeven door vragen uit de actualiteit. Dit doen we in de vorm van webinars, trainingen en begeleiding. Daarom vragen we je het aanbod op de website goed te volgen. Nieuw cursusaanbod gedurende een schooljaar communiceren we daarnaast ook in onze nieuwsbrief en op onze social media-kanalen.

 

Klik hier voor de folder Cursusaanbod PO 2021-2022 
Klik hier voor de folder Cursusaanbod VO 2021-2022

Geplaatst op

De wereld in sprookjes. (DD 17-4-2021)

En als ze niet gestorven zijn dan leven ze nu nog…Het is zo eenvoudig. Deze woorden gelden niet alleen voor sprookjespersonages, maar ook voor onze gewoontes. Sommige gewoontes mogen veranderen, of sterven, om in de beeldspraak te blijven. Ze verdwijnen in de tijd en staan steeds verder van onze huidige realiteit af.

 

We zijn bezig met een publicatie over de verruiming van de traditionele verstelstof in de vrijescholen. Ik kreeg tekst en producten van veel leraren uit onze scholen. Vondsten, suggesties en bespiegelingen. Mooi materiaal. Maar ook met veel lege plekken. Het wordt dus een groeipublicatie, waarvan de eerste opzet het einde nadert. Daarom vragen we jullie mee te denken. Wetend dat dit soort processen altijd synchroniciteit kent; er zijn meer mensen mee bezig. Er zijn meer initiatieven van ouders, vertelgroepen en leraren. Zoeken jullie mee?

 

Welke gewoontes in de vertelstof kunnen aanvulling gebruiken: 

  • de gewoonte om alleen vanuit traditionele westers perspectief onze verhalen te vertellen. We zoeken helden van kleur, tradities uit verschillende werelddelen. Hier lijkt onze oogst tot nu toe wat willekeurig. Het hele werelddeel Azië bijvoorbeeld is amper vertegenwoordigd. 
  • De gewoonte om voornamelijk vanuit klassieke stereotypering vrouwen en mannen te beschrijven, de rolverdeling te benaderen. Veelkleurigheid in vriendschappen, liefdes en gezinsstructuren, samenlevingsvormen, voorwaartse stoere meisjes en vrouwen, zachtaardige jongen en mannen; ze liggen voor het oprapen, maar het helpt leraren om er meer parate voorbeelden van te verzamelen. We zoeken daarom ook op dit gebied naar meer diversiteit van de helden in de bestaande vertelstof. Hier is de oogst voor klas 2 en 3 niet ruim. 
  • We zoeken voor beide blikrichtingen ook meer diversiteit in de kinderliteratuur. Voor bij het voorlezen of zelf lezen van de kinderen. En met name hier vind ik onze oogst tot nu toe karig, terwijl ik vermoed dat er meer hedendaags moois is uitgegeven.

 

En dan nog iets…Mij viel de afgelopen dagen de gewoonte op om alle tekst vanuit het mannelijk perspectief te benoemen, de leraar hij…het kind leert zijn gevoelens verwoorden…enz. Hoe gemakkelijk is het om het onzijdig of in meervoud te formuleren. Wat voor moeite eigenlijk? Waarom zou ik de kans op vanzelfsprekende herkenning voor iedere lezer niet vergroten? En dat is dan maar iets kleins.Daar ga ik mee beginnen.

 

Leentje en Vondevogel


‘Vondevogel en Leentje hielden veel van elkaar, zoveel, dat, als de één de ander niet zag, zij verdriet hadden.’ Grimm

Geplaatst op

Visie van BVS-schooladvies op Nationaal Plan Onderwijs (DD 8-4-2021)

Wij gaan ervan uit dat kinderen ook buiten de schoolomgeving geleerd hebben en dat ontwikkeling niet alleen geschiedt binnen de muren van een school maar overal onafhankelijk van tijd en plaats. Als er gesproken wordt over leerachterstanden dan kan het voorkomen dat een leerling bijvoorbeeld een achterstand heeft opgelopen in begrijpend lezen, maar wel veel zelfstandiger is geworden in het plannen van zijn werk en binnen het gezin een grotere verantwoordelijkheid heeft gekregen tijdens de lockdown. Er is ondanks een opgelopen leerachterstand ook veel geleerd. Onze benadering gaat uit van het hele kind en alle aspecten van leren. In ons aanbod gaan we uit van de drie doeldomeinen die hoogleraar G. Biesta onderscheidt: kwalificatie, socialisatie en persoonsvorming. 

Doeldomein: Kwalificatie & Prestatie
Onder kwalificatie verstaat Biesta het verwerven van kennis, vaardigheden en houdingen die mensen in staat stellen iets te doen, op een bepaalde manier te handelen. Kennis, vaardigheden en houdingen kunnen betrekking hebben op een specifiek beroepenveld, maar ook op een breder thema, zoals functioneren in een complexe maatschappij. Voorbeelden van kwalificatie zijn kwalificatiedossiers, competentieprofielen, rapporten, eindtoetsen, repetities, doorstroompercentages, kerndoelen, eindtermen en plusdocumenten.

Doeldomein: Socialisatie & burgerschap
Biesta omschrijft socialisatie als een proces waarin leerlingen kennisnemen en deel uitmaken van tradities en praktijken. Deze kunnen betrekking hebben op een bepaald beroep, maar ook op bredere thema’s, zoals democratie. Het onderwijs heeft de taak jonge mensen te leren respectvol met elkaar en onderlinge verschillen om te gaan.

Doeldomein: Persoonsvorming & Subjectificatie
Biesta typeert persoonsvorming als het proces van individualisering van de leerling. De leerling moet uiteindelijk in staat zijn autonoom tot beslissingen te komen, los van docent, school, heersende normen en tradities. Biesta kiest daarom voor het begrip subjectificatie. De essentie van subjectificatie is volgens Biesta een persoon vrij, volwassen en verantwoordelijk in de wereld te laten zijn. Identiteit gaat om wie iemand is, subjectificatie geeft aan hoe een persoon is ten opzichte van anderen. 

Het is daarom van belang om te onderzoeken bij leerlingen in welk domein ontwikkeling heeft plaats gevonden en in welk domein knelpunten zijn ontstaan of de ontwikkeling gestagneerd is. OC&W onderscheidt drie manieren waarmee de vermeende achterstanden kunnen worden weggewerkt met de extra beschikbare gelden: 

  • meer onderwijs;
  • effectiever onderwijs;
  • aanvullende interventies. 

Wij richten ons op effectiever onderwijs en aanvullende interventies en niet op meer onderwijs omdat volgens ons ook buiten de school geleerd wordt. Wij willen leraren ondersteunen in hun ontwikkeling om met hen en hun leerlingen te onderzoeken wat binnen de reeds bestaande lesroosters en lestijden nodig is om het leerproces extra te stimuleren.